Stolpersteine voor Schevenings portiek waar Joodse familie boven Duitse soldaat woonde

Carrie Jessurun-Cohen (in stoel) en Leen van der Plas (met stok) bij de aanleg van de stolperstein
Carrie Jessurun-Cohen (in stoel) en Leen van der Plas (met stok) bij de aanleg van de stolperstein © Danny Verbaan
DEN HAAG - Zonder dat iemand erom heeft gevraagd, valt het woensdagmiddag stil voor een bijzonder portiek aan de Westduinweg in Scheveningen. Het verkeer raast voorbij, maar de aanwezigen zijn in gedachten bij het Joodse gezin Spier dat tot in het oorlogsjaar 1942 op de tweede etage woonde. Vanaf nu wordt het herdacht met vier 'Stolpersteine', de herdenkingssteentjes met een nog mooi glanzende bovenlaag van messing, waarin de namen van de slachtoffers zijn gegraveerd. 'Het was een heel gelukkig gezin,' zegt de 92-jarige Carrie Jessurun-Cohen.
Kort daarvoor maakte zij een buiging voor haar tante Martha Spier-Cohen, de vier jaar jongere echtgenoot en boekhouder Leo Spier, hun 11-jarige zoontje Hansje Benno en zijn twee jaar oudere zus Sonja. In augustus is het tachtig jaar geleden dat zij in concentratiekamp Auschwitz zijn vermoord.
'Het waren hele liefdevolle mensen, mijn tante was een warme zorgzame vrouw,' spreekt mevrouw Jessurun-Cohen daarna tot de aanwezigen. 'Ik ben nog de enige overlevende.'

Voor het vuurpeloton

Zo geeft het portiek ter hoogte van huisnummer 34a, naast buurthuis De Mallemok, opnieuw iets van zijn bewogen geschiedenis prijs. Al vele tientallen jaren hangt er een grote plaquette ter nagedachtenis aan Florian Aberle. Hij zat in het verzet en stierf in juni 1944 in Keulen voor het vuurpeloton.
De vier herdenkingssteentjes voor het gezin Spier
De vier herdenkingssteentjes voor het gezin Spier © Sophie Verbaan
Wat vrijwel niemand meer weet, is dat Florian een broer had die Ludwig heette. De jongens woonden met hun moeder bij hun stiefvader die in dit deel van de Westduinweg een schoenenwinkel bezat. Maar hun echte vader was Duits en dát zorgde ervoor dat de jongens in de oorlogsjaren een oproep kregen om in de Duitse Wehrmacht te dienen.

Duits uniform

Florian weigerde, Ludwig ging wel en raakte zwaargewond tijdens gevechten op de Krim. 'Wij noemden die jongens Floor en Loet,' herinnert zich de 92-jarige Scheveninger Leen van der Plas. 'Plotsklaps verscheen Loet in een Duits uniform. 'Ja, ik moet in dienst,' zei hij. Achteraf bleken die broers dus Florian en Ludwig te heten.'
Leo en Martha Spier, met de kinderen Hansje Benno en Sonja
Leo en Martha Spier, met de kinderen Hansje Benno en Sonja © Collectie Carrie Jessurun-Cohen
Van enige spanning vanwege die Duitse achtergrond is, voor zover bekend, met de Joodse bovenburen nooit sprake geweest. 'Ze spraken ook gewoon Nederlands,' vertelde Van der Plas eerder al eens over de broers.

'Geen graf'

Van der Plas woonde indertijd in het hetzelfde portiek – boven de broers en onder het gezin Spier. Wat hem altijd dwars heeft gezeten, is dat er dus wel ooit een herdenkingsplaat voor Florian aan de gevel is bevestigd, maar dat de Spiers in de vergetelheid leken te zijn verdwenen.
Leen van der Plas bekijkt een van de Stolpersteine
Leen van der Plas bekijkt een van de Stolpersteine © Sophie Verbaan
'Daar praatte niemand meer over. Ze hebben geen graf, niemand heeft meer aan hen gedacht,' zei Van der Plas woensdagmiddag. 'Maar nu ben ik verlost van het idee dat er niks aan hen wordt gedaan.'

Zus Rosa

Dit is te danken aan de Haagse amateuronderzoekster Brigitte Kimman. Zij woonde in de Van Slingelandtstraat in het Haagse Statenkwartier. Al in 2010 ontdekte zij dat een paar huizen verder het adres van de eveneens in Auschwitz vermoorde Rosa Josephine Cohen is geweest. Kimman ging zich in haar verdiepen en stuitte ook op een zus van Rosa. Dat was Martha Spier-Cohen van de Westduinweg.
Verder speurend in hun familiegeschiedenis kwam ook de naam van de bekende acteur Derek de Lint op haar pad. En hij blijkt de schoonzoon te zijn van Carrie Jessurun-Cohen, de nicht van Rosa en Martha. Zij heeft nog aanvullende verhalen kunnen vertellen. Ook omarmden zij en Van der Plas het idee van Kimman om de zussen en het gezin van Martha blijvend met enkele Stolpersteine te herdenken.

Enig geduld

Enig geduld was nog wel vereist, want als gevolg van alle coronamaatregelen van de afgelopen twee jaar heeft het plaatsen van nieuwe Stolpersteine een tijdlang stilgelegen. Maar nu mag het weer. Het is zelfs zo druk met het verwerken van alle aanvragen, dat de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, al in de tweede helft van de jaren negentig de bedenker van dit concept, niet meer in heel Europa alle steentjes zelf in het plaveisel legt; voorheen deed hij dit wel.
In Den Haag neemt de gemeente dit nu voor haar rekening. De medewerkers Johnny van Beek en Koffi Kouao hadden woensdag niet alleen de Westduinweg en de Van Slingelandtstraat, maar nog eens dertien andere locaties in de stadsdelen Scheveningen, Segbroek en Escamp op hun lijstje staan.

Zonnebloem

Overal tikten Johnny en Koffi een stoeptegel uit het trottoir, waarna ze de herdenkingssteentjes heel behoedzaam op hun plaats legden en goed vastzetten. Met een zachte doek poetste Koffi Kouao ze nog even op, zodat het messing glom als goud. Danique van Houten, de dochter van Kimman, legde er op de Westduinweg een zonnebloem bij. Die had ze speciaal gekocht.
Carrie Jessurun-Cohen bij de plaquette die al lange tijd bij het portiek hangt
Carrie Jessurun-Cohen bij de plaquette die al lange tijd bij het portiek hangt © Sophie Verbaan
'Ze waren ondergedoken,' vertelde Jessurun-Cohen aan de toehoorders over de Spiers. 'Ze hebben hun geld afgegeven en zijn toen verraden.' Het gezin wist vooralsnog het onheil te ontlopen en is in 1942 nog heel even naar de Westduinweg teruggekeerd – zónder vader Leo. Die blijkt vanaf 28 juli nog drie weken in de Scheveningse gevangenis, het zogeheten Oranjehotel, te hebben vastgezeten.

'Met een geweer'

De reden daarvoor is niet bekend, maar de Duitse bezetter en agenten van de Haagse politie pakten in die tijd al Joden op als ze bijvoorbeeld niet de verplichte Jodenster droegen, of wanneer ze door het park liepen of gewoon in een café of restaurant zaten; voor Joden was dat allemaal verboden.
In de periode die volgde, heeft de moeder van Leen van der Plas gezien hoe Martha, Hansje Benno en Sonja van huis zijn opgehaald met 'een wagen met een paar Duitsers met een geweer'. Het kan niet anders dan dat dit voor het gezin als een verrassing kwam, want Leen wilde er destijds meer van weten en is nog aan de achterkant van het huis over het muurtje van het balkon geklauterd. 'De keukendeur was open,' aldus Van der Plas. 'De boterhambordjes stonden nog op het aanrecht.'

Naar Auschwitz afgevoerd

In Westerbork was de inmiddels vrijgelaten vader Leo weer bij zijn gezin. Dit geluk duurde maar kort, want op 21 augustus 1942 zijn z'n echtgenote en hij met de kinderen naar Auschwitz afgevoerd. Na aankomst is Martha met Hansje Benno en Sonja meteen de gaskamers ingejaagd.
Voor Leo kwam het afschuwelijke noodlot enkele dagen later. Kimman slaagde erin een document uit het vernietigingskamp in handen te krijgen, waarin de doodsoorzaak vermeld staat: 'Durch Gütterwaggen überfahren' – door een goederenwagon overreden.