Heeft Hamza het kamermeisje aangerand of was het toch zijn broer?

Schrijvers van de rubriek Bij de Politierechter
Schrijvers van de rubriek Bij de Politierechter © Theresa Hartgers
DEN HAAG - De 53-jarige Hamza uit Den Haag is in augustus 2017 in het Kurhaus om langs te gaan bij zijn halfbroer Amir, die daar met zijn vrouw en kinderen verblijft. Hij heeft daar een kamermeisje wat helemaal overstuur was een briefje gegeven met daarop zijn telefoonnummer. Volgens hem heeft hij geprobeerd haar te kalmeren, te troosten. 'Als er iets is, bel mij', zou hij haar nog gezegd hebben. Het kamermeisje vertelt een heel ander verhaal: Hamza zou haar hebben aangerand in een hotelkamer, daardoor was ze zo overstuur. Dat ze is aangerand, staat vast, stelt de rechter. Tijdens de rechtszaak moet bijna vijf jaar later duidelijk worden of Hamza ook echt de dader is... of was het toch zijn broer Amir?
Dit is een verhaal uit onze serie Bij de Politierechter.
De rechter wrijft over zijn kale hoofd, in verwarring lijkt het bijna. Zojuist heeft Hamza een verhaal gehouden wat helemaal anders is dan dat hij eerder bij de politie heeft verklaard. Van kleine details tot de grote lijn: alles is anders dan in het dossier staat. Aan de politierechter om in anderhalf uur tijd erachter te komen wat er nu is gebeurd op 17 augustus 2017 in het Scheveningse Kurhaus.
Die dag is een Pools kamermeisje aan het werk in het chique hotel. Ze is bezig om een hotelkamer schoon te maken. Volgens haar aangifte komt er ineens een Arabisch uitziende, lange man de kamer binnen. Hij doet de deur dicht, pakt haar van achter beet om haar middel, betast met zijn linkerhand haar borsten en zoent haar tegen haar wil in haar nek. Ze weet weg te komen en rent overstuur naar haar leidinggevende. Het kamermeisje heeft een briefje bij zich met een telefoonnummer. Gekregen van de man die haar heeft belaagd, zegt ze. Wanneer de politie later dat nummer belt, neemt Hamza op. Ook wordt zijn DNA gevonden op de hals van het slachtoffer.

Vrienden of toch broers?

Het lijkt een duidelijke zaak, maar tijdens het onderzoek in de rechtszaal komt er een heel ander verhaal naar voren. Hamza, een gezette man van gemiddelde lengte in een strakzittend, wit overhemd, vertelt vijf jaar later namelijk een nieuwe versie. 'Ik liep over de gang van het hotel, op weg naar de kamer van Amir. Ik zie hem uit een andere kamer komen en zijn eigen kamer binnengaan. Dan komt er een huilend meisje uit die ene kamer. Ik spreek haar aan en zeg: rustig, rustig. Ik leg ook mijn hand op haar schouder om haar te kalmeren.' Door taalproblemen lukt dat kalmeren niet echt, legt Hamza uit. Daarom besluit hij het meisje zijn telefoonnummer te geven. Voor als hij later wat voor haar kan doen. 'Daarna rende ze weg, heel boos', verklaart hij.
Diezelfde taalproblemen spelen ook een grote rol tijdens de zitting. Hamza's Nederlands is wat gebrekkig en daardoor lijken zowel de rechter als de officier van justitie eerder in de war te raken van zijn verklaring dan dat er meer duidelijk wordt. De verbazing is van het gezicht van de rechter af te lezen wanneer hij na wat doorvragen erachter komt dat Amir de halfbroer is van Hamza: 'Ik hoor een heleboel nieuwe dingen. Want in het dossier zegt u dat u elkaar kent van een school in Koeweit. En nu is het uw broer? Of was het halfbroer? Dat gaat wel snel ineens.' De rechter wil heel precies weten hoe de familierelatie in elkaar steekt. Amir en Hamza blijken dezelfde moeder te hebben. 'Dus dan deelt u niet dezelfde Y-chomosomen', vraagt de rechter bijna retorisch. Hamza heeft daar het antwoord niet op. Later blijkt waarom de rechter dat wil weten.

DNA kan niet van Amir zijn

Feit is dat Hamza in zijn verhoor bij de politie in 2017 wel degelijk de aanranding heeft toegegeven, in grove woorden zelfs. De rechter wil weten waarom hij dat toen allemaal heeft verklaard. Dat antwoord komt snel: 'Ik wilde Amir niet in de problemen helpen. Hij is mijn broer.' De rechter stelt wat vragen over waarom Amir het dan gedaan zou hebben, maar Hamza beroept zich op zijn verschoningsrecht. In het dossier zitten ook nog verklaringen van het slachtoffer, haar leidinggevende, de vrouw van Amir en ook nog van een vrouw die in 2017 voor Hamza werkt. Daarnaast natuurlijk het briefje met het telefoonnummer en zijn DNA op het slachtoffer.
Dat DNA blijkt niet op de gebruikelijke manier getest te kunnen worden. Er moet een speciale test gedaan worden, die de Y-chromosomen vergelijkt. Die chromosomen worden doorgeven vanaf de kant van de vader. Dat was dus de reden waarom de rechter zo precies wilde weten hoe de familierelatie tussen Amir en Hamza in elkaar zat. Zij delen een moeder, dus het DNA kan niet van Amir zijn.

Lange, dunne man

De officier van justitie richt zich in haar vragen vooral op de kleding. Wat had Hamza aan? Weet hij nog wat het kamermeisje aanhad? Toen hij zijn hand op haar schouder legde, was dat op haar kleding of haar huid? Hamza raakt licht geïrriteerd: 'Ik weet dat allemaal niet meer, het is zo lang geleden. Soms weet ik niet eens meer wat ik gisteren heb gegeten.' De officier is het met hem eens dat het veel te lang heeft geduurd voordat de zaak voor is gekomen.
De advocaat van Hamza focust op zijn beurt vooral op één ding: het uiterlijk van zijn cliënt. 'Hoe lang ben jij?', vraagt hij. '1,74 meter.' Dan vraagt de advocaat: 'Hoe lang is Amir?' Hamza gokt: '1.80 meter, 1,85meter, 1.90meter.' De rechter merkt op dat die lengte wel heel hard omhoog gaat. 'In ieder geval langer dan ik', besluit Hamza. Zijn advocaat wijst erop dat de verdachte is omschreven als een lange, dunne man. Hij wijst op zijn cliënt en noemt hem een gezette man van gemiddelde lengte. Daarna biedt hij Hamza nog zijn verontschuldiging aan omdat hij hem als 'gevuld' heeft omschreven.

Rechter twijfelt

De officier stelt uiteindelijk vast dat het zeker is dat het Poolse kamermeisje is aangerand die dag. En ze vindt steun voor de verklaring van de vrouw in de verklaring van haar leidinggevende en het briefje met het telefoonnummer. Ze eist een werkstraf van 50 uur. Geen gevangenisstraf, omdat het zo lang heeft geduurd voordat de zaak is behandeld. 'Ik hoop dat meneer zich realiseert dat hij zich nooit meer zo tegen vrouwen moet gedragen', besluit ze. Ook de advocaat twijfelt er niet aan dat de vrouw is aangerand, maar wijst op de lange, dunne broer van de verdachte, die meer aan de beschrijving voldoet. Hij wil dus vrijspraak.
De rechter besluit zich vijf minuten terug te trekken. 'Ik moet het even op me in laten werken.' Na een paar minuten komt hij terug. 'Er zijn maar twee mensen die precies weten wat er die dag is gebeurd. U verklaart nu iets anders dan toen. Maar u kunt die tegenstrijdige verklaringen ook wel verklaren. Ik twijfel heel erg en dan moet ik u vrijspreken. Want het zou zo maar kunnen dat u vandaag de waarheid heeft gesproken.'
De namen zijn gefingeerd in verband met de privacy.