Minder landbouw, toch problemen: vijf vragen over stikstof in de regio

Een protestactie van boeren bij Hillegom
Een protestactie van boeren bij Hillegom © ANP
REGIO - Het boerenprotest tegen het kabinetsvoorstel voor vermindering van stikstofuitstoot zorgen voor een rumoerig begin van de zomer. Maar in hoeverre is stikstof een probleem in onze regio, die relatief weinig landbouw kent? En wat zijn de plannen van de provincie Zuid-Holland? Vijf vragen en antwoorden.

Hoe groot is het stikstofprobleem in de regio?

Net als in andere delen van het land is de natuur in onze regio gevoelig voor stikstof en dan vooral de scheikundige verbindingen van stikstof met zuurstof (stikstofoxiden, NOx) en waterstof (ammoniak, NH3).
Door uitstoot concentreren deze stoffen zich in de lucht en bij regen slaan ze neer op de grond. Die neerslag wordt ook depositie genoemd. Stikstofdepositie verrijkt de bodem met voedingsstoffen voor planten. Klinkt misschien goed, maar sommige planten gedijen juist beter bij een voedselarme bodem. In de Natura-2000-gebieden in onze regio (natuurgebieden die volgens Europese afspraken moeten worden beschermd) is door depositie 18 tot 60 procent van de stikstofgevoelige natuur overbelast.
Om die reden moet de stikstofdepositie drastisch worden teruggebracht. Anders mogen er geen vergunningen meer worden afgegeven voor activiteiten waarbij stikstof vrijkomt, zoals woningbouw. De provincie Zuid-Holland wil bijvoorbeeld de aanleg van het Central Innovation District in Den Haag, met ongeveer 20.000 woningen en 25.000 arbeidsplaatsen, mogelijk maken door natuurverbetering in duingebied Meijendel.

Wat zijn de Natura2000-gebieden in onze regio?

De Natura2000-gebieden in onze regio zijn het best op te delen in twee stukken: de duinen en de Nieuwkoopse Plassen. Het stikstofprobleem lijkt het grootst bij de Nieuwkoopse Plassen. Hier is bijna 60 procent van de stikstofgevoelige natuur, zoals vochtige heiden en trilvenen, overbelast.
De duinen in de regio bestaan uit vijf Natura2000-gebieden: Solleveld & Kapittelduinen bij het Westland, het Westduinpark en Meijendel onder en boven Den Haag, de Coepelduynen bij Noordwijk en Kennemerland-Zuid, op de grens met Noord-Holland.
In de duinen worden de normen voor stikstofdepositie minder overschreden dan rond de Nieuwkoopse Plassen. Ten zuiden van Den Haag is wel 40 à 50 procent van de stikstofgevoelige natuur overbelast, maar bij Meijendel, Kennemerland-Zuid (30 à 35 procent) en met name de afgelegen Coepelduynen (18 procent) is dit minder.
Natura2000-gebieden in de regio.
Natura2000-gebieden in de regio. © provincie Zuid-Holland

Waar komt het stikstof in deze gebieden vandaan?

Door de andere ligging verschillen ook de bronnen van stikstof in de Nieuwkoopse Plassen en de duinen. Bij de plassen, die worden omringd door agrarische bedrijven, is met een aandeel van 41 procent de meeste stikstof afkomst uit de landbouw. Dit is voornamelijk ammoniak uit mest en stallen. Stikstofoxiden, die vooral worden uitgestoten door het verkeer en industrie, waaien vaak ver weg. Ammoniak slaat relatief dichtbij en sneller neer.
Het aandeel van de landbouw in de depositie bij de plassen is wel minder dan het landelijk gemiddelde van 45 procent. Een andere voorname bron is het buitenland (33 procent) en het verkeer (10 procent).
In de duinen is zo'n 20 procent van de stikstof naar landbouw te herleiden. Dat is veel minder dan elders in Nederland doordat er weinig landbouwbedrijven zijn gevestigd in de buurt van deze gebieden. In de duinen is relatief veel stikstof – zo'n 40 à 45 procent – afkomstig uit het buitenland, vanwege de ligging aan de kust. Ook verkeer en de scheepvaart leveren met ieder zo'n 10 procent ook een aanzienlijke bijdrage aan de depositie in de duinen.

Wat wordt hier aan gedaan?

Een deel van de stikstofuitstoot wordt tegengegaan door landelijke maatregelen zoals verlaging van de maximale rijsnelheid en de energietransitie. Voor de specifieke aanpak per gebied is de provincie verantwoordelijk. En zoals er per gebeid verschillen zijn in de hoeveelheid depositie en bron daarvan, lopen ook de maatregelen uiteen.
Voor de Nieuwkoopse Plassen is de aanpak vooral gericht op landbouw. De provincie wil innovatie in de stallen stimuleren zodat er minder ammoniak vrijkomt. Zo loopt er momenteel een onderzoek dat door boeren zelf is opgezet, in samenspraak met de provincie. Ook wordt er gesproken met boeren of zij hun bedrijf misschien willen verplaatsen of verkopen. Voor vrijwillige verkoop is tot dusver weinig animo, zegt de provincie. Over een eventuele verplaatsing lijken boeren enthousiaster. De provincie sluit onteigening van boeren niet uit, maar benadrukt dat dit alleen zal gebeuren als alle andere mogelijkheden niks opleveren.
In de duinen kan de provincie zelf minder doen doordat hier de meeste stikstof uit het buitenland komt. Hiervoor wordt aangedrongen bij het Rijk om afspraken te maken over uitstoot met bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Uitstoot door de scheepvaart wordt aangepakt met subsidiemaatregelen, voor bijvoorbeeld binnenvaartschepen op waterstof.

Hoe zit het met die kaart van minister Van der Wal, met percentages voor uitstootreductie?

Stikstofminister Christianne van der Wal presenteerde begin juni bij haar stikstofplannen een kaart met percentages waarmee de stikstofuitstoot in bepaalde gebieden moet worden verminderd. In en rond Natura2000-gebieden moet in 2030 de stikstofuitstoot met 95 procent zijn verminderd ten opzichte van 2018, en in veenweidegebieden zoals rond Gouda met 47 procent.
Deze plannen zijn een belangrijke aanleiding voor de boerenprotesten van afgelopen weken, maar ze hebben nog niet geleid tot een aanpassing van de provincie-aanpak. Gedeputeerde Jeanette Baljeu, verantwoordelijk voor stikstof, wil eerst zien wat de huidige plannen opleveren voor er volgende stappen worden genomen. Daarbij benadrukt ze dat er veel is dat boeren zelf al kunnen doen. 'Onderzoek wijst uit dat zaken als de koeien langer buiten laten lopen, beter letten op de samenstelling van het voer en water bij de mest doen kunnen leiden tot 50 procent minder emissie. Laten we daar mee beginnen en ondertussen blijven onderzoeken of innovatieve oplossingen ook kunnen worden ingezet.'