Rechtbank: geen extra DNA-onderzoek na fataal steekincident Hagenaar Pablo

Onderzoek na de steekpartij aan de Lindberghlaan
Onderzoek na de steekpartij aan de Lindberghlaan © Regio15
DEN HAAG - De rechtbank in Den Haag vindt het niet nodig nog meer onderzoek te doen naar de moord op Hagenaar Pablo, vorig jaar september in een flat aan de Lindberghlaan in Den Haag. De advocaat van de 44-jarige verdachte Raldo B. vroeg de rechtbank maandag om dergelijk aanvullend onderzoek, maar kreeg nul op het rekest. Het is de bedoeling dat de zaak dit jaar nog inhoudelijk behandeld wordt.
Volgens het Openbaar Ministerie heeft Raldo B. uit Capelle aan den IJssel Pablo op 14 september vorig jaar met messteken om het leven gebracht. Dat gebeurde op het huisadres van het 45-jarige slachtoffer. Raldo en het slachtoffer waren ooit vrienden, maar kregen ruzie over geld. Ook ontstond er verwijdering tussen beide mannen nadat Raldo B. een celstraf in Oostenrijk had moeten uitzitten. Op die bewuste dinsdag 14 september had Raldo B. hun ruzie willen uitpraten. Dat gesprek liep uit op een steekpartij met fatale gevolgen.
Het steekincident vond plaats rond 23.00 uur. Daarvoor had Pablo nog twee escortdames over de vloer gehad voor een uurtje plezier. Raldo B. zocht Pablo op met in een plastic tas een mes, waarmee B. zich zou hebben willen beschermen. Volgens zijn advocaat Pieter Hoogendam, kwam Pablo hem aan de deur al meteen agressief tegemoet. B. had toen door de plastic tas heen met het mes gestoken, om zijn voormalige vriend van zich af te houden.

Nader onderzoek naar DNA-sporen op tas niet noodzakelijk

De advocaat gaf maandag tijdens de pro-formazitting aan meer onderzoek te willen naar DNA-sporen op de tas. Die sporen zouden mogelijk het scenario ondersteunen dat B. uit zelfverdediging uithaalde met het mes. De rechtbank vindt zo'n onderzoek niet noodzakelijk. Ook vindt de rechter het niet nodig een uitgebreider onderzoek in te stellen naar het ontbreken van camerabeelden van de woning van Pablo. Op de geheugenkaart van de camera zijn na 16 augustus 2021 geen opnames meer geregistreerd. De advocaat van B. wilde weten hoe dat komt.
De rechtbank zei ernaar te streven de zaak binnen drie maanden inhoudelijk te behandelen. Dan krijgt verdachte Raldo B. de strafeis te horen van het Openbaar Ministerie.