Gekke en opvallende straatnamen bij ons in de buurt: wat is een kneuter of een sprongenloet?

In de Kikkerstraat waren vroeger echt veel kikkers te vinden
In de Kikkerstraat waren vroeger echt veel kikkers te vinden © Bewerking Omroep West
DEN HAAG - Soms kom je straatnamen tegen die je toch even de wenkbrauwen doen fronzen. Of blijkt achter een logisch klinkende straatnaam juist een heel ander verhaal te zitten. Wij vonden er zeven waar een interessante geschiedenis aan vastzit.

1. Kneuterdijk - Den Haag

Kneuterig betekent volgens de Van Dale gezellig, knusjes, kleintjes en benepen. Maar daar heeft de naam van deze statige straat niet zoveel mee van doen. De uitleg over de herkomst komt van een historisch figuur: Constantijn Huijgens. Deze 17-eeuwse dichter, diplomaat en geleerde gebruikte de term 'agger acanthinus' voor deze straat, wat zoveel betekent als Distelvinkenplein. Dat bestaat trouwens ook in Den Haag, en ligt in de Vogelwijk.
Kneuterdijk zou komen van het werkwoord kneuteren of knotteren. Dat betekent lokvogels gebruiken bij de vinkerij, dus de jacht op vinken. Mogelijk is hier aan het begin van de zestiende eeuw een vinkenbaan geweest. De straatnaam dook al in 1530 op, maar dan als 'Knoterdijck' of 'Knoeterdijck'.

2. Wasstraat - Leiden

Dit klinkt als een grap, maar hij bestaat echt. De Wasstraat, in Leiden. Niet bedoeld om je auto schoon te laten maken en ook niet gevuld met wasserettes of nijvere huisvrouwen (m/v). De naam komt van een oud-burgemeester. Francois Was werd in 1894 eerste burger van de stad en zou dat tot 1903 blijven. Klinkt logisch: deze straat ligt dan ook in de burgemeesterswijk.
Opvallend is trouwens wel dat de naam in de moderne tijd tot verwarring leidt. Zoek maar eens op Google naar Wasstraat in Leiden. Dan komen er allerlei plekken tevoorschijn waar je de auto kunt wassen, maar niet deze straat. Bij de gemeente Leiden zijn daarover trouwens nog geen klachten binnengekomen, laten ze ons weten.

3. Cantaloupenburg - Den Haag

Een cantaloupe is een meloen met oranje vruchtvlees, die flink groot kan worden. Er zijn exemplaren met een gewicht van wel vijf kilo bekend. De meloenensoort zou zijn oorsprong vonden in Iran, India en Afrika. Hoe komt deze dan in een Haagse straatnaam terecht? En dat al in 1875, toen deze straat aangelegd werd?
De Belg Henri Eugène Fortuné Duchastel de la Hovardie kocht de tuinderij die gelegen was op de plek van deze straat. Hier werden door hem meloenen 'met uitspringende zijden en knobbels of wratten' gekweekt. En zo komt deze Haagse straat dus aan zijn bijzondere naam.

4. Sprongenloet - Honselersdijk

Nog een opmerkelijke naam: Sprongenloet. Daar kun je toch totaal geen chocolade van maken? Dat het niet eenvoudig is, blijkt wel als we de herkomst van de straatnaam navragen bij de gemeente Westland. Er zijn twee voorlichters, een archivaris en oude stukken aan te pas gekomen om het antwoord te vinden. Uit het historisch archief blijkt dat de gemeenteraad op 30 juni 1960 de straatnaam heeft goedgekeurd. Maar helaas, er staat geen uitleg bij.
Dus ging de gemeente voor ons op zoek naar de notulen van de straatnamencommissie van destijds. 'Na veel speurwerk zijn we er eindelijk achter', laat een van de woordvoerders weten. 'De naam is ontleend aan een daar gelegen stuk grond 'Sprongenloet' genaamd, omdat het een drassig stuk land betrof. Loet = haak of stok, waarmee men sprong.' Helder, toch?

5. Jennyplantsoen - Den Haag

Deze straat is vernoemd naar een olifant. Een overleden olifant, welteverstaan. Het voormalige Museum voor het Onderwijs (tegenwoordig Museon) kreeg in 1937 van een circus een kadaver cadeau. Het ging om de olifant Jenny, niet te verwarren met de beroemde olifant Betsy van de Haagse dierentuin. De bedoeling was het skelet op te zetten en later tentoon te stellen. Maar dat ging niet door, omdat er geen plek was in het museum.
De botten kwamen op de zolder terecht. Later ging zelfs het verhaal dat ze in de tuin naast het museum begraven waren. Maar daar zijn de botten niet meer aangetroffen. Bij het Museon weten ze niet waar de botten nu zijn. 'Er zijn al heel wat pogingen geweest om dit mysterie te ontrafelen, maar vooralsnog tevergeefs, zegt het hoofd collecties.
Oud-medewerker John Gerritzen - die daar veel dieren opzette - laat desgevraagd weten dat hij ook geen idee heeft, maar spreekt wel van een olifant die mogelijk begraven zou zijn in het Zuiderpark. Dat zou om Jenny kunnen gaan. Misschien moeten we daar nog maar eens induiken.

6. Schadeken - Leidschendam

Wie weleens binnendoor van Voorschoten naar Leidschendam is gereden, heeft dit straatnaambordje misschien zien hangen: Schadeken. De entree tot een typische jaren '80-wijk, genaamd 't Lien. En zo heette het tuindersgebied, waarop deze woonwijk is gebouwd. Een archivaris van de gemeente legt ons uit waar de naam Schadeken vandaan komt.
'Hendrik Brouwer Schut was de historicus van Leidschendam. Hij heeft destijds de voorstellen gedaan voor de straatnamen. Schadeken staat voor het 'Schakenbosch', dat zich uitstrekte van kasteel Duivenvoorde in Voorschoten tot aan het begin van 't Lien bij de begraafplaats.' Hoe dat met die verbastering zit, kunnen we Brouwer Schut niet meer vragen. 'Hij overleed in 2011, maar hij was wel iemand die dingen alleen opschreef als ze klopten.'

7. Kikkerstraat - Den Haag

Hadden we net al een olifant, nu een kikker. Op zich niet heel bijzonder, dat een straat naar een diersoort wordt vernoemd. Maar in dit geval lijkt er wel een bijzonder verhaal aan vast te zitten. De straatnaam zou al uit de achttiende eeuw stammen. Hij zou zijn geïnspireerd op de kikkers, die woonden in het open riool, in het midden van de straat.
De kikkers zijn waarschijnlijk verdwenen in 1847. Toen werd het er erg druk door de aanleg van de spoorlijn bij Station Hollands Spoor en de reizigers die daarop afkwamen, dat de gemeente toch maar een dichte riolering heeft aangelegd. Maar de straat heet nog altijd Kikkerstraat.
Kun je er geen genoeg van krijgen? Hier vind je nog tien opvallende straatnamen.
De uitleg over de Haagse straatnamen komt uit het boek 'Den Haag, straten en hun namen', geschreven door Svend E. Veldhuizen en uitgegeven door Waanders in Zwolle, samen met het Haags Gemeentearchief.