Nieuws

Koninklijke Schouwburg klaargemaakt voor Prinsjesdag

© ANP
DEN HAAG - Prinsjesdag 2022 gaat bij voorbaat de boeken in als een unieke. Niet alleen kroonprinses Amalia is er voor het eerst bij, ook de locatie waar koning Willem-Alexander de Troonrede zal voorlezen is anders: de Koninklijke Schouwburg. Er is voor dit eeuwenoude pand gekozen, omdat de Ridderzaal op het Binnenhof wordt verbouwd.
De Koninklijke Schouwburg aan het Korte Voorhout in Den Haag, ook wel Het Nationale Theater genoemd, heeft afgelopen weekend een aantal voorstellingen moeten schrappen om de viering van Prinsjesdag mogelijk te maken. Aan de zaal, waarin de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal voor één dag zetelt, wordt al dagen gewerkt zodat alles er dinsdag tiptop uitziet.
In de theaterzaal staan de zetels klaar waar koning Willem-Alexander en koningin Máxima na een rijtoer plaats zullen nemen. Daaromheen zijn tientallen rode stoeltjes met fluwelen stof neergezet. De muren kleuren rood en in een aantal hoeken zijn televisiecamera's geïnstalleerd. Op een verhoging naast de koning schittert een bloemstuk. Verder is het toneel gelijkvloers gemaakt zodat iedereen op dezelfde hoogte zit. Ook zijn er trappen bij de ingang van de zaal geplaatst om binnen te komen.
Coronamaatregelen maakten afgelopen twee jaar een 'normale' Prinsjesdag met publiek niet mogelijk in de Ridderzaal. Omdat er niet veel publiek bij mocht zijn, werd twee keer uitgeweken naar de Grote Kerk verderop in de stad.
Nu coronarestricties zoals de anderhalve meter-regel niet meer van toepassing zijn, is gezocht naar een plek waar veel genodigden bij elkaar kunnen komen. Dan valt de Grote Kerk af. Daar komt bij dat bij een calamiteit het gebied rondom de Grote Kerk niet tijdig ontruimd kan worden door de hulpdiensten. Bij de Koninklijke Schouwburg is dat wel mogelijk. Eerste Kamervoorzitter Jan Anthonie de Bruijn verwacht dat de komende jaren de Koninklijke Schouwburg ook dienst zal doen op Prinsjesdag.
Het statige gebouw aan het Korte Voorhout is in 1766 gebouwd en diende oorspronkelijk als stadspaleis, maar zover kwam het nooit. Vorst Karel Christiaan van Nassau-Weilburg verhuisde namelijk. Wel deed het een tijdje dienst als kazerne voor het Franse Leger. Pas later, in 1804, werd het de Koninklijke Schouwburg. Een groep vooraanstaande Haagse burgers maakte er als eerste gebruik van, later mocht het 'gewone' volk komen. In de Tweede Wereldoorlog zaten de Duitsers er, terwijl er tegelijkertijd onderduikers zich schuilhielden.