Klas van 1970: kunststudenten zien elkaar weer na vijftig jaar

De klas van 1970
De klas van 1970 © Frank van Osch
DEN HAAG - Een schoolreünie kennen we, maar hoe is het om zes klasgenoten samen te brengen die in 1970 afstudeerden aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten? Ze waren jong, vol idealen, ze waren verliefd en demonstreerden tegen de Vietnamoorlog. En boven alles: ze wilden de wereld veroveren met hun kunst. Vijftig jaar later keren ze terug en exposeren de zes gezamenlijk hun werk. Wat is er terecht gekomen van een leven vol verwachtingen? Regisseur Frank van Osch volgde de zes tijdens de voorbereidingen van de reünie-expositie voor de documentaire: De klas van 1970.
Het is een bijzonder moment als het zestal de kunstwerken waarmee ze in 1970 afstudeerden weer tevoorschijn halen. Vijftig jaar ouder, wat grijzer en strammer, hun leeftijd variërend tussen de 72 en 81. De meeste van hen werken nog dagelijks in hun ateliers. Er zijn knuffels, kussen en champagne bij het weerzien na een halve eeuw.
Hoewel de carrières niet helemaal verlopen zijn zoals gedroomd, zijn ze alle zes hun leven lang met kunst bezig gebleven. De pijn uit hun jeugd, ouders die de kinderen op straat zetten, omdat ze homo waren of niet de gewenste carrière kozen. Er is veel verdriet in het leven van de zes. Hun kunst was daarbij een reddingsboei.

'We zaten aan de grond'

'We waren heel erg verliefd', zeggen Mariëtta van den Bos en Donald Duk. Ze werden op de academie een stel en zijn nog steeds samen. Over haar schilderkunst is Van den Bos heel realistisch: 'Je hebt mensen die er een mooi verhaal bij kunnen vertellen, ik niet. Ik schilder gewoon.'
Veel Hagenaars kennen onbewust een werk van Duk. Het monument van Puin bij Ockenburgh. Door de realiteit en de rekeningen van het leven kon het stel niet altijd leven van de kunst. Duk: 'Op een gegeven moment zaten we wel aan de grond. Toen ben ik parttime badmeester geworden en dat heb ik 25 jaar lang gedaan. Daarnaast schilderde ik wel hoor, maar er moest toch ook brood op de plank komen.'
‘Vijftig jaar geleden had ik werkelijk geen idee, ik voelde me vaak helemaal geen kunstenaar', blikt Ferry Staverman terug. Ondanks zijn gevorderde leeftijd is hij nog steeds zoekende. 'Wat wil ik nog? Dat ene sublieme kunstwerk maken. Ik denk dat ik er pas zal zijn als ik iets in mezelf heb overwonnen, mezelf heb leren liefhebben.'
'Mijn vader heeft me de deur uitgegooid omdat ik homo ben.' Achille van der Sypt vertelt het bijna alsof hij het over een ander heeft. De schilder en fotograaf heeft de lat voor zijn werk altijd heel hoog gelegd.' Als het niet goed is verscheur ik het werk.'
'Schilderen is mijn houvast geweest, als ik de academie niet had gehad, was ik helemaal verwaterd geweest. Ik deed mee aan demonstraties tegen de oorlog in Vietnam, daar was ik altijd down van. En dan had je toch je schilderen', vertelt de kleurrijke Wiesje Schaafsma. In haar atelier 'schildert ze met wol', zoals ze zelf zegt. Wol van haar eigen schaap en door haar zelf geverfd, met natuurlijke kleurstoffen.
De ouders van Petra de Jong steunden niet haar keuze om naar de academie te gaan. Mijn ouders hebben me op straat gezet. Ze wilden niet dat ik naar de academie ging, al die kunstenaars, dat was gevaarlijk. Pas na het overlijden van mijn moeder vond ik een plakboek met recensies over mijn tentoonstellingen. Ze heeft nooit gezegd dat ze trots op me was.'
De klas van 1970 wordt op 12 november vanaf 17.00 uur uitgezonden op TV West. Herhaling ieder uur.