Historische Blauwe Tram rijdt weer door Den Haag: 'Droom die uitkomt'

DEN HAAG - Ton den Neijsel ziet als jongetje van 10 op televisie hoe de blauwe Haagse trams in brand worden gestoken. 'Vreselijk.' Het is dan ook een droom die uitkomt dat hij zondagmiddag samen met zijn vrouw Els een ritje van Den Haag naar Voorburg mag maken, in een Blauwe Tram uit 1911. Op 9 en 13 november 1961 reden er voor de laatste keer Blauwe Trams van de Noord-Zuid-Hollandsche Tramwegmaatschappij door de Haagse regio. Om dit te herdenken maakt het Haags Openbaar Vervoer Museum zondagmiddag enkele ritten met de historische tram.
Het exemplaar van zondag reed tot 1948 rond en werd toen verkocht als noodwoning. In 1983 werd de blauwe tram teruggevonden, het deed dienst als tuinhuisje. Het kost vervolgens 32 jaar om er weer een rijdende tram van te maken. Dat deze tram ooit teruggevonden is en weer rijdt, is bijna een wonder.
In 1961 werden alle blauwe trams afgevoerd en verbrand. 'Het idee daarachter was dat het hout dan verbrandt waardoor je er vanaf bent en dan houd je het staal over voor in de hoogovens,' vertelt Raymond Naber namens het Haags Openbaar Vervoermuseum. 'Als men er spijt van had kon je ook niet meer terug', zo vervolgt hij. En dat was precies de bedoeling. 'Ze wilden het onherroepelijk maken.' Het duurde enkel twee jaar voordat er inderdaad spijt volgde. 'Toen kwamen ze erachter dat de autobus ook in de file stond.'

'Denk om de blauwe tram'

Rob Bleijenga ging als jongetje van 8 met de blauwe tram naar het strand in Scheveningen. Dat hij vandaag weer in de tram zit vindt hij 'fantastisch. Hij vond het ticket vandaag in zijn schoen. Sinterklaas, alias zijn vrouw Cora spreekt van 'nostalgie.' Ze is 'wat jonger dan hij', lacht ze naast hem op het bankje maar weet wel dat er veel over gepraat werd. 'Wij hebben nu nog steeds de uitdrukking als er iemand weggaat 'Denk om de blauwe tram'.' Wat zoveel betekent als 'pas op dat je niet van de sokken wordt gereden'.
Kijk hier wat andere passagiers vonden van de rit:
Blauwe Tram rijdt weer door Den Haag
In de tijd na de bevrijding steeg het particuliere autobezit en nam de betekenis van de tram af. Het werd steeds vaker gezien als een sta-in-de-weg voor het autoverkeer. De bus was wendbaarder en bovendien goedkoper in exploitatie. Eén voor één verdwenen de lijnen van de Blauwe Tram.
Op 9 november 1961 reed de laatste Blauwe Tram op het traject Den Haag – Leiden. In de jaren 20, 30 en 40 was de Blauwe Tram een belangrijke verkeersader in de regio. De historische NZH-tram A106 dateert uit 1911 en is hiermee één van de oudste museumtrams in Nederland.