Meijendel zit vol boomkikkers, hier komen ze vandaan

De boomkikker die inmiddels volop in Meijendel voorkomt
De boomkikker die inmiddels volop in Meijendel voorkomt © Pixabay
DEN HAAG - Hun precieze aantal is niet bekend, maar het zijn er duizenden: de boomkikkers in duingebied Meijendel. En die blijken veel specialer te zijn dan tot nu toe is aangenomen. Tot ieders verbazing blijken ze afkomstig te zijn uit Griekenland. Omstreeks het jaar 2000 heeft iemand waarschijnlijk een paar van deze diertjes in het duingebied bij Scheveningen en Wassenaar losgelaten, waarna hun aantal enorm is toegenomen.
Dna-onderzoek door biologiestudenten van de Universiteit Leiden heeft dit onlangs uitgewezen. Zelfs is nu exact bekend waar deze amfibiesoort eigenlijk thuishoort. 'Dat is op het Griekse eiland Lesbos', zegt bioloog Manon de Visser.
Zij is verbonden aan zowel de Universiteit Leiden als museum en onderzoeksinstituut Naturalis. Met hoofdonderzoeker dr. Ben Wielstra begeleidde Manon de Visser de studenten. 'In Meijendel zitten minstens enkele duizenden boomkikkers. Misschien zijn het er zelfs wel veel meer. De schattingen lopen nogal uiteen,' vertelt ze. 'Ze vallen op door hun knalgroene kleur. En ze hebben zuignapjes aan hun tenen; daar kunnen ze goed mee klimmen.'

Niet van elkaar te onderscheiden

Dat de diertjes oorspronkelijk niet in Meijendel voorkomen, was bekend. Maar hoe ze hier dan zijn beland, bleef onduidelijk. Wat deze kwestie er niet eenvoudiger op maakte, is dat de vele boomkikkersoorten bijna niet van elkaar zijn te onderscheiden.
Wetenschappers namen daarom aan dat het om de zogeheten Europese boomkikker ging die van nature in het zuiden en oosten van ons land rondscharrelt. De gedachte was dat deze soort op een zeker moment door onbekenden naar het kustgebied kan zijn gebracht.

Holletjes van bomen

Om hierover duidelijkheid te krijgen, besloot de universiteit in 2021 tot een grootschalig onderzoek. De opvallende resultaten zijn kort geleden bekend geworden. Ze wezen ook nog eens uit dat de Griekse immigranten zich volop hebben verspreid: behalve in Meijendel zitten ze inmiddels ook in het Westduinpark (in het zuidwesten van Den Haag) en in de duingebieden Solleveld, Berkheide en Lentevreugd.
Vanwege de kou houden ze in deze periode van het jaar een 'winterrust' en hebben ze zich volgens Manon de Visser, bijvoorbeeld 'in holletjes van bomen en in holtes tussen de wortels van bomen' verschanst. 'Maar in de lente heb je grote kans ze te spotten', vertelt ze.
Bioloog Manon de Visser tijdens het onderzoek met een van de boomkikkers
Bioloog Manon de Visser tijdens het onderzoek met een van de boomkikkers © Christos Kazilas
De Visser houdt er rekening mee dat onbekenden ooit een aantal van deze 'Griekse' kikkers – officieel staan die als de 'Oostelijke boomkikkers' te boek – als huisdier hadden en er vanaf wilden. Daarna zullen ze in de duinen zijn losgelaten. Misschien gebeurde dit wel vanuit het idee dat de diertjes het er prima naar hun zin zouden hebben.
Die inschatting bleek juist te zijn. Het probleem is alleen dat uitheemse dieren het natuurlijke evenwicht verstoren. Ze kunnen andere soorten verdringen of zelfs uitroeien en ook om andere redenen schadelijk voor de flora en de fauna zijn.

Aan de bel getrokken

In hoeverre dat met deze boomkikkers het geval is, is onbekend. 'Daar hebben wij geen direct onderzoek naar gedaan', zegt De Visser. 'Door logischerwijs te redeneren, kun je desondanks wel stellen dat deze populaties van invloed zijn op de natuur: ze verschijnen ergens waar ze niet thuishoren, gaan in aantallen toenemen en nemen de leefgebieden van onze inheemse amfibiesoorten in.'
Volgens De Visser hebben de onderzoekers daarom meteen 'aan de bel getrokken'. 'Ons advies is om deze ontwikkeling goed te blijven monitoren, zodat de situatie niet uit de hand loopt.'
Als beheerder van het duingebied ziet waterbedrijf Dunea vooralsnog geen aanleiding om maatregelen te nemen. 'Wij hebben geen tekenen gezien die erop wijzen dat deze boomkikker andere soorten zou aanvallen of schade aan de vegetatie zou toebrengen', geeft communicatieadviseur Nicole van Veldhoven als reactie.
Aangezien ook waterbedrijf Dunea meer over de achtergronden van de boomkikkers wilde weten, besloot het van begin af aan alle medewerking aan de studie door de Universiteit Leiden te verlenen. In nauwe samenwerking met de organisatie RAVON (‘Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland’) gingen acht studenten daarna aan het werk.
Zij richtten zich op nationaal park Hollandse Duinen: de kuststrook van Hoek van Holland tot het gebied ten noorden van Noordwijk. Behalve de boomkikkers mochten ook de kamsalamanders en de vroedmeesterpadden zich in de belangstelling van de jonge wetenschappers verheugen. Twee studenten zochten het nog iets noordelijker op: zij besloten bij Callantsoog een populatie knoflookpadden onder de loep te nemen.

Wattenstaafjes

Met schepnetten en in waadpakken probeerden de deelnemers de diertjes te vangen. Heel behoedzaam namen ze vervolgens met wattenstaafjes wat huidslijm of speeksel af. 'Daarna zetten we ze meteen weer terug', vertelt De Visser.
In het laboratorium zijn de monsters gebruikt om het dna vast te stellen. Via een internationale 'dna-bank' konden de profielen worden geïdentificeerd. De studenten Liam Oskam en Marit Kuijt richtten zich hierbij op de boomkikkers. De Visser herinnert zich het moment dat zij tot hun stomme verbazing de Griekse link ontdekten: 'Er hing een soort excitement, een spanning in de lucht op het moment dat ik de zaal inkwam.'

Knoflookpadden

Iets minder spectaculair, maar toch ook heel bijzonder zijn de andere resultaten. Zo vertelt studente Nienke Prins op de internetsite van Naturalis dat het dna-profiel van de knoflookpadden 'op een oorsprong in Oost-Europa wijst'. Het gaat hierbij om de Balkan.
Ook de vroedmeesterpad is met zekerheid in het duingebied uitgezet: volgens Naturalis leeft deze soort 'in Nederland uitsluitend in Zuid-Limburg'.

Ook kikkers uit Italië

Over de exacte herkomst van de kamsalamander bestaat nog twijfel. Het Haagse gebied Westduinen gaf daarentegen nog wel een éxtra verrassing prijs. Hier stuitten de studenten niet alleen op de Griekse boomkikkers, maar ook op familieleden die hun roots in Italië hebben liggen.
'In Midden-Italië', vertelt De Visser over deze boomkikkers. 'Tussen de noordelijke Apennijnen in het noorden en Calabrië in het zuiden, om precies te zijn.'

Halsbandparkiet en rivierkreeft

Door zijn ontmaskering mogen de Griekse en de Italiaanse boomkikkers zich in elk geval scharen in het illustere rijtje dieren die van elders komen en hier goed gedijen. Ook de halsbandparkiet, de Amerikaanse rivierkreeft en het Aziatische lieveheersbeestje maken hier deel van uit.
De ene soort is schadelijker dan de andere. Zo komt bioloog De Visser ook weleens poelen en andere waterpartijen tegen die 'zijn overspoeld met goudvissen'. 'Voor die vissen zelf was het misschien goedbedoeld om ze daar los te laten. Maar als ze vervolgens alle eitjes van salamanders opeten, wordt dat een heel ander verhaal.'