Deze zeven dingen moet je weten over de Haagse corruptiezaak (die maandag écht begint)

Rachid Guernaoui en Richard de Mos in de rechtbank met hun advocaat Peter Plasman
Rachid Guernaoui en Richard de Mos in de rechtbank met hun advocaat Peter Plasman © ANP
DEN HAAG - Met de start van de inhoudelijke behandeling van de Haagse corruptiezaak, is het maandag eindelijk de beurt aan het Openbaar Ministerie om te verklaren waarom oud-wethouders Richard de Mos en Rachid Guernaoui worden verdacht. Sinds de schokkende inval op het stadhuis is de aanklager vrij stil geweest, maar via andere wegen is er al veel bekend. De zeven belangrijkste punten op een rij.

1. De verdachten

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft acht verdachten in het vizier, waarvan Richard de Mos de bekendste is. Na een Kamer- en raadslidmaatschap voor de PVV richt hij in 2013 zijn eigen partij op: Groep de Mos, tegenwoordig ook bekend als Hart voor Den Haag. Als die partij in 2018 de grootste wordt bij de gemeenteraadsverkiezingen, wordt De Mos samen met Rachid Guernaoui benoemd als wethouder. Nadat de Rijksrecherche op 1 oktober 2019 hun woningen en werkkamers binnenvalt, treden beiden af. Momenteel zijn ze raadslid voor Hart voor Den Haag - nog steeds de grootste partij van de stad.
Hoe zit het ook alweer met de Haagse corruptiezaak? Bekijk het hier:
Dit moet je weten over de rechtszaak tegen Richard de Mos
In de verkiezingswinst van 2018 speelt de goedgevulde campagnekas een belangrijke rol. Het OM verdenkt vijf ondernemers wier bedrijf hieraan heeft bijgedragen: de broers Akyol van zalencentrum Opera en drie vastgoedondernemers. In ruil voor hun donatie zouden zij een voorkeursbehandeling hebben gekregen. De achtste verdachte is voormalig raadslid Nino Davituliani, tevens partner van de jongste Akyol-broer, Erdinç.

2. Het begin

Het onderzoek wordt in september 2018 geopend nadat een ambtenaar melding doet van een gerucht over Davituliani. Haar plaats op de kieslijst zou zijn gekocht door de Akyols en ze zou illegaal horecavergunningen verkopen. Twee weken later wordt een gesprek van Davituliani met de vermeende bron van het gerucht, een horeca-adviseur, al gadegeslagen door de Rijksrecherche. Davituliani zegt daarin zelf niks te kunnen betekenen qua vergunningen, maar vraagt wel haar partner Erdinç erbij. Na afloop van de ontmoeting wordt ook hij gevolgd door de Rijksrecherche, die hem later aan de telefoon hoort praten over stemfraude en subsidiegeld.
Zo komt het OM ook bij De Mos en Guernaoui terecht. Omdat er zo snel zware opsporingsmiddelen zijn ingezet voor iets wat - volgens het strafdossier - niet meer dan een gerucht lijkt, spreekt de verdediging regelmatig van van een heksenjacht, al dan niet aangestuurd door ‘de politieke elite’. Omroep West heeft onderzoek gedaan naar een aantal hints die hierop zouden duiden, ook afkomstig uit het strafdossier, maar duidelijke aanwijzingen zijn nooit gevonden. Wel werd in die zoektocht duidelijk dat voormalig burgemeester Pauline Krikke was geïnformeerd over het onderzoek, terwijl zij op de dag van de inval van niks zei te weten.

3. De verdenkingen

Het hele achttal wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie, een juridische parapluterm waaronder meerdere misdrijven kunnen vallen. De veronderstelde delicten verschillen daarom per verdachte, van bijvoorbeeld schending van het ambtsgeheim bij Richard de Mos tot omkoping van kiezers bij Erdinç Akyol. De gemene deler volgens het OM is dat er politieke invloed is gekocht en verkocht via donaties. Samen spekten de ondernemers de partijkas voor 110 duizend euro.
In ruil daarvoor zouden de broers Akyol, voor zover bekend, vooral zijn begunstigd met een nachtvergunning voor Opera. Ook zou Guernaoui een subsidie hebben geregeld waarvan het zalencentrum profiteerde. De vastgoedondernemers zouden hebben geprofiteerd van concurrentiegevoelige informatie, doordat twee van hen deel uitmaakten van een klankbordgroep van de partij. Ook zouden zij via die weg een vinger in de pap hebben gehad in de totstandkoming van het coalitieakkoord dat Hart voor Den Haag sloot met VVD, D66 en GroenLinks.

4. Het bewijs

Dat is er niet, althans volgens de verdediging. Richard de Mos zegt al sinds de inval dat hij onschuldig is. In zijn boek strooide hij gul met citaten uit getuigenverhoren om die stelling te onderbouwen, maar zoals zijn advocaat Peter Plasman zelf in het voorwoord schrijft: dat boek is een eenzijdig verhaal. Het moment voor het OM om bewijs te tonen, komt bovendien pas nu. Wat het publiek al weet, is vooral gebaseerd op lekken via de pers, claims van de verdediging en de summiere tenlastelegging.
Wel heeft de claim dat er geen bewijs is vleugels gekregen sinds het OM op de zitting sprak van ‘sterke aanwijzingen’ in plaats van bewijzen. En aan de rechter vroeg om helderheid te scheppen in het grijze gebied van partijfinanciering. Sindsdien spreekt de verdediging van een ‘proefproces’ en is het nog meer uitkijken naar welke kaarten het OM nu precies in de mouw heeft, want die lijken er wel nog te zijn. Niemand betwijfelt dat er geld is gedoneerd en dat de band tussen de politici en ondernemers innig was. De vraag is of de donateurs ook anders werden behandeld.

5. De duur

De twijfels over het assortiment aan bewijs worden ook gevoed doordat er ruim drie jaar is verstreken sinds de verdenkingen bekend werden. Die duur zou een teken zijn dat het OM de zaak niet rondkrijgt, is een veelgehoorde opmerking.
Maar de aanklager had het onderzoek en een groot deel van de getuigenverhoren al afgerond in het najaar van 2021. Dat daar na de inval nog twee jaar voor nodig was, heeft volgens het OM te maken met de complexiteit van de zaak en het horen van meer dan tachtig getuigen. Bovendien werd dit vertraagd door de coronapandemie. Dat het na het afronden van het dossier nog een jaar duurde tot de voorbereidende zittingen, komt doordat zowel de aanklager als verdediging nog aanvullende onderzoekswensen konden indienen. Hierdoor moesten nog eens twintig getuigen worden verhoord.

6. Het proces

In de komende drie weken zijn tien dagen vrijgemaakt voor de behandeling, waarvan twee reserve. Eerst komt het Openbaar Ministerie aan het woord, voor een feitenbehandeling en een strafeis. Daarna is het woord aan de verdediging. Het vonnis volgt enkele weken na de laatste zitting, die staat gepland voor 9 februari.
Hoewel het geen verschil moet maken voor de uitspraak, wordt het proces voorgezeten door een markante rechter: Jacco Janssen. Janssen is voorvechter van meer efficiëntie en een betere begrijpelijkheid van het strafrecht, en droeg recent zelf een elektronische enkelband als test. Janssen zat ook onlangs het proces tegen Willem Engel voor, waarin hij zich joviaal toonde en Engel alle tijd gaf om zijn verhaal te doen. Ook tijdens de voorbereidende zittingen in de corruptiezaak oogde Janssen warm en open, wat leidde tot positieve reacties vanuit de verdediging. Met een knipoog merkt De Mos wel op dat hij nog moet zien of het echt een goede rechter is: 'Dat hangt natuurlijk af van de uitspraak.’

7. De gevolgen

De affaire heeft afgelopen drie jaar een zware wissel getrokken. Op de persoonlijke levens van de verdachten en - wellicht belangrijker - op de lokale democratie. Wat je er ook van denkt of vindt: de populairste politicus van de stad werd van zijn troon gestoten. En toen zijn partij desondanks opnieuw de grootste werd, stond hij buitenspel. Hierdoor ligt er ook een groot afbreukrisico voor het OM - en zou bij vrijspraak een schadeclaim niet verrassend zijn.
Een andere claim is al aangekondigd: als De Mos wordt vrijgesproken, wil Hart voor Den Haag alsnog toetreden tot het stadsbestuur. Maar het kan eveneens anders eindigen: op veel misdrijven waarvan De Mos wordt verdacht, luidt de maximale straf een aantal jaar cel. Ook bestaat de kans dat, ongeacht de uitspraak, Den Haag toch geen uitsluitsel krijgt op korte termijn. Bij onvrede kunnen beide partijen altijd nog in hoger beroep.