Omroep West en Bollenstreek Omroep rectificeren artikel over Partij voor de Inwoners

Foto ter illustratie
Foto ter illustratie © ANP
DEN HAAG - Omroep West en Bollenstreek Omroep rectificeren hun berichtgeving waarin is geschreven over de lokale politieke partij Bruisend Noordwijk, waarin ook de Partij voor de Inwoners ter sprake kwam. Die partij kon zich niet in het geschetste verhaal vinden en daarom is ze naar de Raad voor de Journalistiek gestapt. Dat orgaan houdt zich bezig met klachten over journalistieke activiteiten van media. Volgens de Raad voor de Journalistiek is de klacht van de Partij voor de Inwoners gegrond.
De zaak draait om twee artikelen die bij beide omroepen zijn verschenen met als koppen 'Bruisend Noordwijk houdt rechter aan het werk: nu De Moor versus Arbouw' en 'Ruzies, aangiftes en handjeklap: 'wanbestuur' bij lokale politieke partij', die alle twee eind vorig jaar zijn gepubliceerd.
Volgens de Raad voor de Journalistiek is er bij deze berichtgeving 'geen reële mogelijkheid tot wederhoor geboden'. Ook is de klacht in eerste instantie 'niet adequaat afgehandeld en heeft tot op heden geen passende rechtzetting plaatsgevonden', schrijft de Raad voor de Journalistiek. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling om de conclusie integraal of in samenvatting te publiceren. Omroep West en Bollenstreek Omroep nemen dit advies over.
Het verhaal draait om een ruzie in het bestuur van de politieke partij Bruisend Noordwijk. De fractievoorzitter van de eenmansfractie, Jaap de Moor, wilde de partij opheffen en zich aansluiten bij de Partij voor de Inwoners, een andere nieuwkomer in de Noordwijkse politiek en grote winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen.
Klik hier om de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek te lezen. Hieronder volgt de integrale tekst.

Samenvatting

H. Otte, Omroep West en Bollenstreek Omroep hebben in de nagenoeg gelijkluidende artikelen “Bruisend Noordwijk houdt rechter aan het werk: nu De Moor versus Arbouw” en “Ruzies, aangiftes en handjeklap: 'wanbestuur' bij lokale politieke Partij” bericht over onrust in de Noordwijkse politiek. Zij hebben daarbij de Partij voor de Inwoners (klaagster) ten onrechte geen reële mogelijkheid tot wederhoor geboden. Bovendien is de klacht niet adequaat afgehandeld en heeft tot op heden geen passende rechtzetting plaatsgevonden. De klacht is daarom gegrond. De Raad doet de aanbeveling aan Omroep West en Bollenstreek Omroep om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Conclusie van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van Partij voor de Inwoners tegen H. Otte en de hoofdredacteuren van Omroep West en Bollenstreek Omroep
De heer A. de Boer, secretaris, heeft op 7 maart 2023 namens de Partij voor de Inwoners (klaagster) een klacht ingediend tegen de heer H. Otte en de hoofdredacteuren van Omroep West en Bollenstreek Omroep (hierna gezamenlijk: Omroep West c.s.). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van partijen betrokken van 31 maart 2023 en 13 april 2023. De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 21 april 2023. Klaagster is daar vertegenwoordigd door de heer De Boer en de heer P.L.M. Brandjes, voorzitter van klaagster. Aan de zijde van Omroep West c.s. waren de heer Otte, verslaggever, de heer I. Lingen, redactiechef bij Omroep West, de heer H. Ruijl, hoofdredacteur van Omroep West en de heer A. Zandbergen, hoofdredacteur van Bollenstreek Omroep aanwezig. Klaagster heeft haar standpunt toegelicht aan de hand van een notitie.

De feiten

Op 16 december 2022 is op de website van Bollenstreek Omroep een artikel van de hand van Otte gepubliceerd met de kop “Bruisend Noordwijk houdt rechter aan het werk: nu De Moor versus Arbouw”. Een nagenoeg gelijkluidend artikel verscheen op 18 december 2022 op de website van Omroep West onder de kop “Ruzies, aangiftes en handjeklap: 'wanbestuur' bij lokale politieke Partij”.
De intro van het artikel op de website van Bollenstreek Omroep luidt: “In zijn jonge bestaan laat de lokale partij Bruisend Noordwijk vooral Den Haag bruisen, met name de rechtbank daar. De aangiftes en kort gedingen in de kwestie ‘Bruisend Noordwijk versus oprichter De Moor’ zijn niet op één hand te tellen. Nu daagt Jaap de Moor zijn partijbestuur voor de rechter, met voorop de nummer twee van de partij: Jeroen Arbouw. De Moor probeert onder een dwangsom van duizenden euro’s uit te komen, die hij van de rechter moet betalen en waarvoor Arbouw beslag heeft laten leggen op zijn bankrekeningen.” De intro van het artikel op de website van Omroep West wijkt hier tekstueel enigszins van af, maar komt inhoudelijk hiermee overeen.
Verder bevatten de artikelen aanvankelijk onder meer de volgende passage: “Buiten iedereen om wilde De Moor zich sowieso aansluiten bij de Partij voor de Inwoners (PvdI), die andere nieuwkomer en grote winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen. Hij bleek daar al ruim voor de verkiezingen mee te hebben gesproken zonder dat de rest van zijn eigen partij en partijbestuur daarvan op de hoogte waren. Vlak na de verkiezingen van afgelopen maart kreeg dat vorm.
De PvdI stelde wel als voorwaarde dat De Moor afzag van een aangifte wegens smaad tegen een collega-politicus van weer een derde partij, Lijst Salman. Uit emails die in de gemeenteraad rondgaan, zo horen we van meerdere bronnen, blijkt dat De Moor bereid was van die aangifte wegens smaad af te zien. Het is mailverkeer tussen de Moor en het PvdI- bestuur van enkele dagen na de verkiezingen, nog voordat de coalitiebesprekingen waren begonnen.
De Moor is dan net gekozen als enig raadslid van Bruisend Noordwijk. De bedoeling is dat nieuwkomer PvdI met vier eigen zetels, opgeteld met De Moor en twee vrienden van de Lijst Salman het grootste blok is en het voortouw kan nemen bij de coalitiebesprekingen. Maar de aanklacht wegens smaad die De Moor had ingediend kwam het coalitieblok rond de PvdI klaarblijkelijk slecht uit.
Het blijkt overigens dat de coalitie ook probeerde om de fractie van PUUR mee te krijgen, aartsvijand van de Noordwijkse vastgoedlobby en de PvdI. De toenmalig fractievoorzitter Toon van Tol had daar wel oren naar en zelfs al gesprekken over gevoerd, buiten medeweten van fractie, bestuur en achterban. Hij was bereid in de gemeenteraad mee te stemmen met de zogeheten ‘Waterscheidingsmotie’, die de strijdbijl moest begraven over het langlopende conflict rond de gemeentelijke politiek om vastgoedzaken, terwijl juist PUUR altijd de partij was die eraan vasthield om de onderste steen boven te krijgen.
Boze, anonieme tongen beweren dat Van Tol bereid was ver te gaan voor een lonkend wethouderschap, als hij met drie zetels aan de coalitie zou deelnemen. Helaas voor hem stond hij alleen; zijn partij bleef tegen de waterscheiding, zodat deelname uitbleef, Toon een half jaar na de verkiezingen uit PUUR stapte en als MET LEF alleen verder ging. Net zoveel lef als de vastgoedlobby had door met PvdI een eigen partij te beginnen en te proberen de macht in Noordwijk over te nemen, zeggen bronnen.
Deze gang van zaken, vooral de onderonsjes en onderhandelingen vlak na de verkiezingen, terwijl de informateur Noordwijk nog niet binnen was, zet veel kwaad bloed bij de overige delen van PUUR en Bruisend Noordwijk. ‘De vraag borrelt dan op of de coalitieonderhandelingen daarna geen ‘wassen neus’ zijn geweest’, laat Jeroen Arbouw van Bruisend Noordwijk desgevraagd weten, ‘en of de andere partijen bij voorbaat nooit enige kans hebben gehad om tot een coalitie te komen.’
‘Dat zou dan ernstig kunnen zijn. Mogelijk zelfs (…) ondermijning van het democratisch proces. En als (…) zou blijken dat het inderdaad al aan de orde was voor de verkiezingen? Is er dan geen sprake van kiezersbedrog?’ Die lezing wordt gedeeld in kringen van PUUR.”
Op een later moment zijn de artikelen aangepast. De betreffende passage, waarbij de wijzigingen zijn gemarkeerd, luidt nu als volgt: “Buiten iedereen om wilde De Moor zich sowieso aansluiten bij de Partij voor de Inwoners (PvdI), de andere nieuwkomer en grote winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen. Hij bleek daar al ruim voor de verkiezingen voor te zijn benaderd zonder dat de rest van zijn eigen partij en partijbestuur daarvan op de hoogte waren. Volgens de PvdI zag De Moor daar zelf toen vanaf omdat hij met zijn eigen, nieuwe partij Bruisend Noordwijk dacht meer zetels te halen. Toen dat tot één zetel beperkt bleef kwam hij daar op terug.
De PvdI stelde wel als voorwaarde dat De Moor afzag van een aangifte wegens smaad tegen een collega-politicus van weer een derde partij, Lijst Salman. Uit emails die in de gemeenteraad rondgaan en die ons zijn voorgelezen blijkt dat De Moor bereid was van die aangifte wegens smaad af te zien. Het is mailverkeer tussen De Moor en het PvdI-bestuur van enkele dagen na de verkiezingen, nog voordat de coalitiebesprekingen waren begonnen. De PvdI ontkent dat er zo’n afspraak was, laat staan dat er mails over zijn gewisseld. De Moor deed overigens ook zelf dat aanbod tijdens een gesprek met de informateur, blijkt uit zijn eigen opnames van dat gesprek.
De Moor is dan net gekozen als enig raadslid van Bruisend Noordwijk. De bedoeling is dat nieuwkomer PvdI met vier eigen zetels, opgeteld met De Moor en twee vrienden van de Lijst Salman het grootste blok is en het voortouw kan nemen bij de coalitiebesprekingen. Maar de aanklacht wegens smaad die De Moor had ingediend kwam het coalitieblok rond de PvdI klaarblijkelijk slecht uit, vertellen bronnen ons.
Het blijkt dat de coalitie ook probeerde om de fractie van PUUR mee te krijgen, aartsvijand van de Noordwijkse vastgoedlobby en de PvdI. De toenmalig fractievoorzitter Toon van Tol had daar wel oren naar en daar zelfs al gesprekken over gevoerd. Dat buiten medeweten van fractie, bestuur en achterban. Van Tol was bereid in de gemeenteraad mee te stemmen met de zogeheten ‘Waterscheidingsmotie’, die de strijdbijl moest begraven over het langlopende conflict rond de gemeentelijke politiek om vastgoedzaken, terwijl juist PUUR altijd de partij was die eraan vasthield om de onderste steen boven te krijgen.
Boze, anonieme tongen beweren dat Van Tol ver wilde gaan door het lonkend, goedbetaald wethouderschap, als hij met drie zetels aan de coalitie zou deelnemen. Helaas voor hem stond hij alleen; zijn partij bleef tegen de waterscheiding, zodat deelname uitbleef, Toon niet meer op vergaderingen verscheen, een half jaar na de verkiezingen uit PUUR stapte en als MET LEF verder ging. Net zoveel lef als de vastgoedlobby had door met PvdI een eigen partij te beginnen en te proberen de macht in Noordwijk over te nemen, zeggen bronnen.
Deze gang van zaken, vooral de onderonsjes en onderhandelingen vlak na de verkiezingen, terwijl de informateur Noordwijk nog niet binnen was, zet kwaad bloed bij de overige delen van PUUR en Bruisend Noordwijk. Die gesprekken [werden] voordat de informateur was benoemd al gevoerd. ‘De vraag borrelt dan op of de coalitieonderhandelingen daarna geen ‘wassen neus’ zijn geweest’, laat Jeroen Arbouw van Bruisend Noordwijk desgevraagd weten, ‘en of de andere partijen bij voorbaat nooit enige kans hebben gehad om tot een coalitie te komen. Dat zou dan ernstig kunnen zijn. Mogelijk zelfs (…) ondermijning van het democratisch proces. En als (…) zou blijken dat het inderdaad al aan de orde was voor de verkiezingen? Is er dan geen sprake van kiezersbedrog?’
Die lezing wordt gedeeld in kringen van PUUR. Maar de Partij voor de Inwoners (PvdI) reageert verbaasd: ‘Na de verkiezingen vinden per definitie altijd en overal onderonsjes en onderhandelingen plaats. Wat normaal is wordt (…) hier als heel bijzonder en kwalijk voorgesteld. Het is overigens heel vreemd dat (…) het enig bewijsbare onderonsje voordat de informateur was benoemd niet concreet [wordt] benoemd: het onderonsje tussen de drie progressieve partijen die onafhankelijk de verkiezingen zijn ingegaan en direct na de verkiezingen al bij de eerste openbare informatieronde meedeelden dat zij beoogden als gezamenlijke fractie te gaan opereren om alsnog een greep te doen naar de (college)macht: GroenLinks, PvdA en D66.’”
Op de website van Omroep West stond onder het artikel aanvankelijk het volgende: “Dit artikel is tot stand gekomen na gesprekken met meerdere bronnen die anoniem wensen te blijven, en inzage van mails en opnames. Betrokkenen zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren. Voor zover zij daarvan gebruik hebben gemaakt is dat verwerkt in het artikel.”
Onder beide artikelen staat nu: “DISCLAIMER: Dit artikel is tot stand gekomen na gesprekken met meerdere bronnen die anoniem wensen te blijven, en inzage van mails en opnames. Betrokkenen zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren. Voor zover zij daarvan gebruik hebben gemaakt is dat verwerkt in het artikel. De Partij voor de Inwoners heeft afstand genomen van een aantal beweringen in een eerdere versie van dit artikel, die daarop zijn verwijderd.”

De standpunten van partijen

Klaagster stelt – kort samengevat – het volgende. Er is sprake van eenzijdige en tendentieuze berichtgeving, waarbij geen duidelijk onderscheid is gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Het artikel bevat daardoor diverse onwaarheden. Zo wordt gesuggereerd dat De Moor en klaagster al vóór de verkiezingen een plan hadden om samen te gaan en een blok te vormen met bepaalde andere personen, dat De Moor zijn aangifte van klaagster moest intrekken om tot de coalitie te mogen toetreden en dat de vastgoedlobby is verenigd in de partij van klaagster. Deze beschuldigingen en insinuaties worden als feit gepresenteerd, maar lijken een dubieuze oorsprong te hebben. Zo bestaat er geen e-mail waarin staat dat De Moor zijn aangifte van klaagster moest intrekken. Uit de verklaring van De Moor blijkt ook dat deze beschuldiging niet juist is. Verder lijken veel ‘feiten’ afkomstig te zijn van anonieme bronnen, die vermoedelijk behoren tot politieke partijen die er baat bij hebben klaagster in een slecht daglicht te stellen. Dat geldt ook voor de enige wél bekende bron, de heer Arbouw.
Volgens klaagster had Otte, gezien de beschuldigingen door bronnen die niet objectief en niet gezaghebbend zijn, wederhoor moeten toepassen. Dat is ten onrechte niet gebeurd. Pas in de middag voor de publicatie is per e-mail gevraagd die dag nog te reageren op drie passages uit het artikel. Dit bericht is in de map ‘ongewenste e-mail’ terecht gekomen en daarom niet tijdig gezien. Otte had haar ook op andere manieren moeten proberen te bereiken en dat heeft hij ten onrechte niet gedaan.
Verder vindt klaagster de klachtafhandeling onzorgvuldig. Op de klacht is alleen een reactie gekomen van Otte, die zich dus moest buigen over de juistheid van zijn eigen publicatie. Op veel inhoudelijke klachten heeft hij niet of slechts vaag gereageerd, de in het artikel genoemde e-mail heeft hij niet overgelegd en de aanpassingen die hebben plaatsgevonden zijn te beperkt. Bovendien leest niemand meer een oud artikel, zodat Omroep West en Bollenstreek Omroep ruimhartiger hadden moeten rectificeren. Zij erkennen immers dat klaagster te weinig tijd heeft gehad voor wederhoor. Daarbij komt dat onder de artikelen nu de indruk wordt gewekt dat Otte alle e-mails heeft ingezien en dat de onjuiste beweringen zijn verwijderd. Dat is echter niet juist.
Klaagster concludeert dat Omroep West c.s. de journalistieke normen onvoldoende in acht hebben genomen.
Omroep West c.s. hebben daar – eveneens samengevat – het volgende tegenover gesteld. In de Noordwijkse politiek is veel aan de hand; de berichtgeving geeft een unieke inkijk in de onderlinge verhoudingen en de formatie-onderhandelingen. Voor zover klaagster heeft betoogd dat de berichtgeving onjuistheden bevat, gaat het niet om feiten maar om haar visie daarop. Zo is feitelijk juist dat De Moor al voor de verkiezingen heeft gesproken met klaagster over toetreding. Dat klaagster in dat verband van De Moor heeft geëist zijn aangifte in te trekken blijkt uit e-mails die rondgaan in de gemeenteraad en die aan Otte zijn voorgelezen. Op de zitting heeft Otte toegelicht dat het weliswaar gaat om één e-mail die hem door één persoon is voorgelezen, maar dat iemand anders hem iets soortgelijks heeft verteld. Bovendien doet De Moor blijkens zijn opname zelf het aanbod aan de informateur om zijn aangifte in te trekken. Dat er een coalitieblok zou zijn geweest is een conclusie die bestuursleden van Bruisend Noordwijk en een raadslid van PUUR hebben getrokken. In de aangepaste berichtgeving wordt duidelijk gemaakt dat het gaat om een mening. Omdat anonimiteit is toegezegd, worden de bronnen verder niet genoemd. Verder is klaagster wel degelijk verweven met de vastgoedsector in en om Noordwijk. Zowel haar voorzitter als secretaris hebben banden met de vastgoedsector. Bovendien krijgt klaagster steun van Victor Salman, die een adviesbureau heeft in ruimtelijke ordening, grondzaken en milieu. De aantijgingen over kiezersbedrog worden voor rekening van Arbouw gelaten.
Omroep West c.s. erkennen wel dat zij voor een deel onzorgvuldig hebben gehandeld. Zo heeft klaagster aanvankelijk te weinig tijd gehad om te reageren op de aantijgingen. Bij het uitblijven van een reactie van klaagster had Otte beter zijn best kunnen doen om met haar in contact te komen.
Verder menen Omroep West c.s. dat ook de aanpassingen, inclusief het stilletjes verwerken daarvan, en de klachtafhandeling beter hadden gemoeten. Het was de bedoeling dat Otte in eerste instantie – in het licht van de klacht – zou beoordelen of de berichtgeving moest worden aangepast. Er is een inschattingsfout gemaakt dat wanneer Otte vervolgens eerst zou reageren en klaagster daarover niet tevreden was, zij alsnog bij de hoofdredactie zou uitkomen. Spijtig genoeg is dat niet gebeurd en bij nader inzien had de hoofdredacteur beter eerder naar voren kunnen stappen.
Bovendien had de berichtgeving in dit geval ruimhartig rechtgezet moeten worden. Dat dit niet alsnog is gebeurd, komt omdat klaagster zich al tot de Raad had gewend en Omroep West c.s. de afloop van deze procedure eerst willen afwachten.

Beoordeling van de klacht

De Raad stelt voorop dat hij op basis van de – elkaar tegensprekende – standpunten van de partijen en de door hen overgelegde stukken onvoldoende kan beoordelen wat door diverse partijen is gezegd of gedaan rondom de verkiezingen in Noorwijk. De procedure bij de Raad leent zich ook niet voor een zelfstandig feitenonderzoek.
Uit dat wat klaagster naar voren heeft gebracht begrijpt de Raad echter dat de kern van de klacht ziet op het feit dat klaagster haar visie op de feiten niet naar voren heeft kunnen brengen. Haar is ten onrechte geen mogelijkheid tot wederhoor geboden, terwijl zij wordt beschuldigd van een aantal kwalijke praktijken. Verder meent klaagster dat haar klacht niet adequaat is afgehandeld. De Raad zal zich hiertoe beperken.
De Raad stelt vast dat klaagster in de berichtgeving duidelijk wordt gediskwalificeerd, zodat wederhoor had moeten plaatsvinden. De enkele e-mail een dag voor de publicatie kan niet worden gezien als een serieuze poging om klaagster te bereiken voor wederhoor. Omroep West c.s. hebben dan ook terecht erkend dat zij niet aan hun verplichting tot toepassing van wederhoor hebben voldaan.
Verder zijn bepaalde omstandigheden aanvankelijk als feit gepresenteerd, terwijl uit de latere aanpassingen en de stellingen in deze procedure blijkt dat het veelal gaat om beweringen of meningen van andere politici. Ook is gebleken dat Otte de in de berichtgeving genoemde e-mail over De Moor niet zelf heeft ingezien, maar dat hem slechts een tekst is voorgelezen.
In een geval als dit, waarin meningen en beweringen aanvankelijk zijn gepresenteerd als feit en de beschuldigde geen reële mogelijkheid heeft gehad tot wederhoor, moet de berichtgeving ruimhartig en zo snel mogelijk worden rechtgezet. Dat is niet gebeurd.
De berichtgeving is op een onduidelijk gebleven moment, maar in ieder geval na een zeker tijdsverloop, aangepast. Vanwege het tijdsverloop en de ernst van de gebreken hadden Omroep West c.s. expliciet kenbaar moeten maken dat, en waarom, bepaalde aanpassingen zijn gedaan. Ook konden zij het gebrek in de toepassing van wederhoor niet wegnemen door slechts enkele passages uit de klacht van klaagster aan het artikel toe te voegen. De aanpassingen geven er onvoldoende blijk van dat Omroep West c.s. verantwoordelijkheid hebben genomen voor het eigen handelen.
Ook op dit punt hebben Omroep West c.s. terecht toegegeven dat zij niet adequaat hebben gehandeld.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de klacht gegrond is.
Relevante punten uit de Leidraad: A., B.3, C., en D.
Relevante eerdere conclusies: RvdJ 2023/11, RvdJ 2023/9, RvdJ 2021/49, RvdJ 2021/41 en RvdJ 2021/18

Conclusie

De klacht is gegrond.
De Raad doet de aanbeveling aan Omroep West en Bollenstreek Omroep om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
Zo vastgesteld door de Raad op 4 juli 2023 door mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mr. N.A.M van Herten, drs. E.M.H. Lemaier, A. Pruis en H.P.M.J. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G.A. van de Sluis, plaatsvervangend secretaris.