Leidse Rik volgt de muziek en reist van Portugal tot Estland

Rik van Boeckel, 1984
Rik van Boeckel, 1984 © Fred Rohde
LEIDEN - Het is 1980 en Leidenaar Rik van Boeckel maakt een treinreis door Europa die hem naar Portugal voert. Impulsief koopt hij in een platenzaak een cassettebandje van de grootste fadozangeres aller tijden: Amália Rodrigues. Het blijkt het begin te zijn van zijn liefde voor deze Portugese muziek. 'Ik verstond niets van de teksten, maar voelde de emoties des te meer, die spatte er vanaf', zo herinnert hij zich zijn kennismaking met de fado. Over deze en andere muzikale reizen verhaalt hij in zijn boek 'Muzikale reizen van Portugal naar Finland'.
De jonge Rik wordt muziekjournalist en keert regelmatig terug naar Portugal. Hij bezoekt fadocafe's en interviewt veel fadozangeressen, ofwel fadista's. Bij de fado draait het om de emotie, de saudade die is verankerd in de Portugese ziel. Saudade is een woord uit het Portugees en het Galicisch. Het beschrijft de mengeling van gevoelens van verlies, gemis, afstand en liefde.
'Fado is mijn leven, mijn lot. Om fado goed te kunnen zingen, moet je de woorden kunnen voelen', legt Celeste Rodrigues in 2007 uit. Rik spreekt het jongere zusje van de in 1999 overleden fadolegende Amalia Rodrigues na een concert. De 84-jarige Celeste treedt dan nog twee keer per week op in een fadohuis in Alfama.

Fado als lied van de revolutie

Rik schetst in zijn boek hoe fado verweven is met de geschiedenis van Portugal. Het fadolied Grândola, Vila Morena, wordt in 1974 door opstandelingen gekozen als symbool van de Anjerrevolutie tegen het dictatoriale bewind in Portugal.
Op 25 april klinkt Grândola, Vila Morena op de zender van Rádio Renascença. Dit is het afgesproken signaal waarmee de revolutie begint. Het signaal betekent voor ingewijden dat alle belangrijke posities waren ingenomen door revolutionairen, en voor de soldaten dat het moment was aangebroken om de kazernes te verlaten.
De ziel van Estland leert hij kennen door zangeres Mari Kalkun. De jonge vrouw zingt eigentijdse Estse folk. In het lied The Forest Brother Game zingt ze over de verschrikkingen van de Sovjetterreur.
'Ik zag in 1994 de tank uit ons land vertrekken. De Sovjetbezetting was een verschrikkelijke tijd met een massaterreur tegen de Esten. Er zijn 15.000 mensen gedeporteerd naar Siberië, het grootste gedeelte kwam nooit terug', vertelt ze aan Rik.

Liever verdrinken dan opgepakt door de KGB

'De partizanengroep The Forest Brothers stond in de jaren 50 ook op de deportatielijst, maar wist te ontsnappen. Ze leefden in de bossen en vochten tegen het Sovjetregime. De laatste Forest Brother verdronk zichzelf in 1975 toen hij opgepakt dreigde te worden door de KGB', legt Mari Kalkun uit.
Ze heeft het lied geschreven in de traditie van de Runosongs: traditionele, poëtische liederen uit Finland en Estland. Een traditie van misschien wel 3000 à 4000 jaar oud, die mondeling wordt overgedragen en door zangeressen zoals Mari Kalkun levend blijft.
Het boek staat vol reisverhalen. In Kaapverdië gaat Rik op ontdekkingstocht naar de traditionele stijlen als morna en coladeira. Hij ontmoet de Kaapverdische zangeres Arlinda Lima die gewoon in Spijkenisse woont. Rik is niet alleen muziekjournalist, hij is zelf ook muzikant.

Meespelen op de djembé

Een Kaapverdiaan leert hem hoe hij op de djembé de ritmes van de morna speelt. Als Arlinda Lima morna's zingt, speelt Rik mee. 'Al spelend heb ik soms het gevoel dat ik in een film zit. Dit is zo uniek om mee te maken.', noteert Rik in zijn boek. Het is een prachtige dag waar de liefde voor muziek van de pagina's spat.
Rik van Boeckel neemt je in zijn boek mee op reis langs bijzondere zangtradities. Elk hoofdstuk besluit hij met een zelfgeschreven gedicht. Het is aan te raden om tijdens het lezen een muziek-app open te hebben, zodat je makkelijk naar de muziek kan luisteren die de Leidenaar vol passie beschrijft.