Groot verdriet en veel reacties na overlijden baas discotheek De Marathon

Frans Winterswijk tijdens de presentatie van het boek over De Marathon
Frans Winterswijk tijdens de presentatie van het boek over De Marathon © Charles Brussee
DEN HAAG - Het overlijden van Frans Winterswijk heeft veel losgemaakt. Honderden mensen lieten een reactie achter op de Facebookpagina van Omroep West. Ook de man die het overlijden van de drijvende kracht achter de Haagse discotheek De Marathon wereldkundig maakte, kreeg een hoop respons. Winterswijk was blijkbaar een markant persoon. Wie was deze man?
Vorige week donderdag wordt Frans Winterswijk (71) zwaargewond aangetroffen op zijn boot in een Rotterdamse binnenhaven. Later overlijdt hij in een ziekenhuis. Wat is er is gebeurd, is nog altijd onduidelijk en dat zal waarschijnlijk voor altijd zo blijven, zegt de politie.
Winterswijk was naast schipper ook de drijvende kracht achter de fameuze discotheek De Marathon, aan de Wijndaelerweg in het Haagse Kijkduin. Vooral in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw was dit een druk bezochte en bekende uitgaansgelegenheid. Winterswijk rolt er via zijn schoonvader, eigenaar van de disco, in en is er jarenlang een boegbeeld. Zo staat hij zelf ook als portier aan de deur.

Vaders bezorgd om hun dochters

Als Omroep West dinsdag een bericht publiceert over zijn overlijden, komen er direct tientallen reacties los op Facebook. Het bericht wordt bijzonder goed gelezen en dat verbaast Charles Brussee, die eerder een boek schreef over de geschiedenis van de discotheek, helemaal niets.
Deze dame trok veel bekijks in De Marathon
Deze dame trok veel bekijks in De Marathon © archief
Brussee: 'Nee, totaal niet. Deze man heeft echt voor veel mensen iets betekend. Echt een icoon. Hij zorgde goed voor zijn mensen, maar ook voor de bezoekers. Als er vaders aan de deur kwamen van De Marathon, die zich zorgen maakten om hun stappende dochter, liet hij ze binnen om te kijken. Dan kregen ze nog een biertje van hem ook. Frans was echt een vaderfiguur.'

'Ontzettend botte hork' uit Laak

Maar niet alles was rozengeur en maneschijn. 'Hij kon ook een ontzettend botte hork zijn', lacht Brussee. Dat beeld herkent ook oud-portier Ron van den Ende (63), bijnaam 'Lange Ron'. Die kende Frans al sinds zijn kindertijd en is met tussenpozen altijd bevriend met hem gebleven.
Lange Ron in zijn tijd als portier van De Marathon
Lange Ron in zijn tijd als portier van De Marathon © collectie Charles Brussee
'We groeiden samen op in de Lyonnetstraat, in het Laakkwartier. Ze waren daar met zijn vijven thuis, drie zussen en twee broers. Hij was een paar jaar ouder en zat op de zeevaartschool. Maar in het weekend was hij altijd thuis. Maar toen ik verhuisde, is het contact verwaterd', vertelt Ron.

Hele personeel opgepakt door politie

Later kruisten ze elkaars pad opnieuw. 'Toen ik zestien was en nog heel bleu, vroeg een vriend van mij of ik eens mee wilde gaan naar De Marathon. Toen was daar een vechtpartij met een grote groep Engelsen. Politie erbij, alles. Bijna het hele personeel werd toen opgepakt. Ik ben toen uit nood maar de glazen gaan ophalen', klinkt het in onvervalst Haags.
'Daar werkte Frans dus. Die vroeg mij het weekend erna, toen iedereen weer was vrijgelaten, of ik daar wilde komen werken.' Zo geschiedde. 'Eerst glazen halen dus, later ben ik achter de bar beland en ik ben ook portier geweest. Ik heb er van 1976 tot 1990 gewerkt. Toen ben ik weggegaan, want ik kreeg een vriendin en elk weekend werken wilde ik toen niet meer.'

Een man met twee gezichten

Op de zaak was Frans 'echt een eikel', lacht Ron. 'Oh man, hij was dan altijd zo gespannen. Hij was ook streng en soms onredelijk. Maar als je hem dan doordeweeks in privétijd tegenkwam in een bar of restaurant, dan was het een hele andere kerel. Dan betaalde hij je rekening en mocht je alles van hem drinken.'
Ron (links) en Frans bleven altijd goede vrienden
Ron (links) en Frans bleven altijd goede vrienden © Charles Brussee
Een man met twee gezichten, zegt Ron. 'Ik heb een hele boel van hem geleerd en hij heeft mij echt gevormd. Maar het was wel een rare baas. Als iets hem niet beviel, dan riep hij: tyf maar op, ga maar naar huis toe. En toch was het een geweldig figuur.'

'Ruwe bolster, blanke pit'

Dat herkent ook oud-collega Eric Benjamin (63). Hij werkte dertien jaar als dj in De Marathon. 'Ruwe bolster, blanke pit. Dat was Frans. Op het werk bikkelhard, maar daarbuiten een enorm zachtaardige man. Dat vond ik zo bijzonder aan hem.'
Eric werkte in een platenzaak in de Vlamingstraat in het Haagse centrum en kwam daar in contact met een dj, Ruud. Die nodigde hem uit om ook een keer te komen draaien in de discotheek. Dat beviel zo goed, dat Ruud achter de bar werd gemanoeuvreerd en Eric de vaste dj werd. 'Nee hoor, Ruud was niet boos. Die vond het prima. Frans was ook blij, want die merkte dat mijn muziek en manier van draaien aansloegen.'

Naar het buitenland om ideeën op te doen

Maar dat was niet meteen zo. Het vaste publiek was rock en pop gewend, Eric Benjamin draaide disco, vers geïmporteerd uit het buitenland. 'Klanten gingen daarover klagen, maar Frans stond achter mij. Hij geloofde in mijn visie. Bijzonder, want het was echt geen allemansvriend. Maar hij nam me serieus en liet me gaan.'
Frans (links) en Eric in De Marathon
Frans (links) en Eric in De Marathon © collectie Charles Brussee
Ook hij herkent de twee gezichten van de horecaman. 'We gingen vaak naar het buitenland om inspiratie op te doen. Engeland, Italië, Parijs, Brussel… allemaal beurzen met licht en geluid. En natuurlijk discotheken af. Dan zaten we in een hotel en nam ik één plakje kaas op mijn brood. Waarop hij zei: geniet maar een beetje, gewoon meer nemen hoor. Echt een vriendelijk vent die om je gaf.'

Hoe dichterbij de disco, hoe harder de manager

Als ze dan terugreden naar Den Haag, was er ineens een spontane metamorfose. 'Ja, als we dan de Wijndaelerweg op reden, zag je hem veranderen. In zijn gezicht en in zijn fysiek. Dan zag ik: nu is hij weer die keiharde manager. Zo'n verschil in een paar meter, dat vond ik zo fascinerend.'
Lange Ron (1.98 meter) noemt het overlijden van Frans een groot gemis. 'Het is net of me hart een stukkie weg is. Het voelt heel raar. Het was een gigantische man. Maar niet qua lengte, want we noemden hem Napoleon. Een klein ventje, maar o zo sterk, nergens bang voor. Je moest bijvoorbeeld geen drugs bij je hebben. Als je wiet had, kreeg je een klap voor je harses. En bij coke werd bijna je neus eraf geslagen. Drugs, daar moest hij niks van hebben.'

Geen gulden voor de portier is in de sloot belanden?

Ook hier is er herkenning bij Eric Benjamin. 'Toen hij manager werd, had De Marathon last van bendes en drugsgebruik. Dat heeft hij schoongeveegd en daar is hij altijd apetrots op geweest. De Marathon was een veilige plek om uit te gaan en ouders wisten dat. Mensen hadden echt respect voor Frans. Ook al was je drie koppen groter, als het moest gooide hij je naar buiten.'
Eric (links) en Frans bij de presentatie van het boek over De Marathon
Eric (links) en Frans bij de presentatie van het boek over De Marathon © collectie Charles Brussee
Wat was nou het geheim van deze zaak? Ron: 'Je kwam er altijd een bekende tegen. Altijd. En het was niet duur, gratis entree. Ja, een piek bij de uitgang voor de portier.' Aha. Daarover gaat nog steeds het verhaal dat je in de sloot werd gegooid, als je de fooi voor de portier vergat. 'Dat is echt zo'n onzin', zegt Ron met luide stem.

Man uit de boom getrokken

'Totaal niet waar. Pertinent niet. Ja, als je twee dubbeltjes gaf en je liep heel hard weg. Dan kreeg je die naar je hoofd gegooid. Maar dat van die sloot, is echt een fabel.' Toch waren er genoeg opmerkelijke andere verhalen. 'Joh, als die bomen langs de Wijndaelerweg konden praten, man. Zo schrokken wij eens van flitslicht vanuit een boom.'
Wat was hier aan de hand? 'D'r zat een vent in met een fototoestel. Van de krant. Die moest op beeld vastleggen dat wij getinte mensen zouden weigeren. Die hebben we toen wel effe uit die boom getrokken, ja.' Maar van discriminatie was geen sprake, verzekert Van den Ende. 'Nee joh, er werkte zelfs een bruine gozer achter de bar. Maar er werden wel mensen geweigerd. Groepen bijvoorbeeld, of gasten met een Haagse mat.'

Valse tanden

Ron, die naast zijn weekendbaan als portier jarenlang in de straatverlichting zat bij het GEB en recent met pensioen ging, denkt nog elke dag aan De Marathon. 'Vroeger, vóór de sloop reed ik er nog wel een paar keer per week langs. Dan hoorde ik in gedachten die dreun weer, die muziek, heerlijk. We gaan nu nog wel eens met een groep eten, nemen we de vrouwen mee. Frans ging ook altijd mee, lekker over vroeger lullen. Daar genoot hij van.'
Ook Eric Benjamins heeft de discotheek nog niet achter zich gelaten. 'Ik draai al jaren op reünies van De Marathon. Dat is zo super, lekker terug in de tijd. Met al die mensen van vroeger. Ja, sommigen hebben inmiddels niet meer hun eigen tanden en komen met een rollator. Maar die verhalen zijn zo mooi.'

Spannend boek

Al was het vroeger niet altijd even plezier. Benjamins: 'Het was echt crisis in de jaren 80, zware tijden. De Marathon was toen voor veel mensen een tweede huis, een veilige haven. Frans heeft tienduizenden mensen een fijne tijd bezorgd. Dat was een buitengewoon belangrijke bijdrage.'
Discobaas Frans Winterswijk als portier aan het werk in De Marathon
Discobaas Frans Winterswijk als portier aan het werk in De Marathon © collectie Charles Brussee
Boekschrijver Charles Brussee ziet die waarde absoluut ook. 'Of ik een biografie over hem ga schrijven? Nou, dat is eigenlijk wel een goed idee. Ik sluit dat zeker niet uit. Daar ga ik over nadenken, want dat zou wel een heel spannend boek worden.'
Frans Winterswijk wordt maandag in besloten kring gecremeerd.