Laborant kliniek leverde eigen zaad illegaal bij behandelingen

Foto ter illustratie
Foto ter illustratie © ANP
LEIDEN - Een medewerker van vruchtbaarheidskliniek SMCG in Leiden heeft tussen 1979 en 1985 zijn eigen zaad geleverd bij behandelingen, terwijl hij niet als donor stond geregistreerd. De man blijkt een genetische aandoening te hebben. De kliniek SMCG bestaat niet meer. Medisch Centrum Kinderwens, dat het archief beheert, is geschokt door de berichten en probeert in contact te komen met vrouwen die er zijn behandeld, mogelijke nazaten van de man en met oud-medewerkers van de kliniek.
De zaak kwam in 2023 aan het rollen toen twee donorkinderen die op papier aan elkaar verwant zouden moeten zijn, geen dna-match bleken te hebben. Via de internationale dna-database MyHeritage bleek een van de vrouwen wel verwant aan twee andere kinderen, die al in 2017 op het spoor kwamen van de laboratoriummedewerker. Hun moeders bleken alle drie in Leiden behandeld. Het spoor leidde naar de kliniek van de Stichting Medisch Centrum voor Geboorteregeling (SMCG) in Leiden.
De laboratoriummedewerker is toen ook benaderd door de kinderen. In een gesprek heeft hij toegegeven zijn eigen zaad te hebben geleverd in vruchtbaarheidstrajecten, terwijl hij niet als donor stond geregistreerd. Om het in de administratie kloppend te maken, noteerde hij het nummer van een wel geregistreerde donor. Inmiddels is duidelijk dat hij op deze manier in ieder geval elf kinderen heeft verwekt.

Onderzoek is moeilijk

De kliniek SMCG is opgericht in 1976 door de artsen Kees van Schie en Dirk van Lith. Volgens Stichting Donorkind stond de commerciële kliniek te boek als vooruitstrevend. Er werden ook alleenstaande vrouwen en lesbische koppels met een kinderwens behandeld. In 2006 deed de kliniek de IVF-licentie over aan Medisch Centrum Kinderwens (MCK). Deze kliniek werd de opvolger en beheert ook het archief van haar voorganger.
De SMCG Kliniek aan de Kort Rapenburg in Leiden
De SMCG Kliniek aan de Kort Rapenburg in Leiden © MCG
'Naar het zich laat aanzien is dat archief heel compleet', zegt Arne van Heusden. Hij is directeur van MCK en voorzitter van de werkgroep die, na het bekend worden van deze gevallen, is opgericht om onderzoek te doen. 'Maar dat lijkt nu in sommige gevallen onbetrouwbaar te zijn en dat maakt het lastig om mensen te vinden.'

Genetische afwijking

Bij de man die zonder toestemming of registratie zijn sperma liet inzetten bij behandelingen is in 2015 een erfelijke ziekte aangetoond. Uit privacy-redenen wil directeur Van Heusden niet zeggen om welke ziekte het gaat. 'Wat ik wel kan zeggen, is dat het geen levensbedreigende ziekte is.'
Maar het maakt het vinden van kinderen die met zijn sperma zijn verwekt wel nog dringender en belangrijker. 'Het gaat om een genetische afwijking die in 50 procent van de gevallen wordt doorgegeven aan een volgende generatie', zegt Van Heusden. 'Mensen hebben er gewoon recht op om dit te weten.'

Medewerker wil niet praten

De laboratoriummedewerker die heeft bekend dit te hebben gedaan, leeft nog. Maar hij wil niet meewerken aan het onderzoek dat nu loopt. 'We hebben op dit moment geen contact meer met hem', zegt Van Heusden. 'We hopen dat de oud-medewerker toch een klein beetje verantwoordelijkheid gaat voelen en dingen met ons wil delen.' De directeur noemt het heel frustrerend dat er op dit moment niet gesproken wordt.
In het onderzoek is ook gezocht naar andere voormalig medewerkers van de commerciële kliniek. Enkelen zijn gevonden, maar zij wilden ook niet meewerken. De arts die de meeste behandelingen deed, heeft wel een uitgebreid gesprek gehad. Hij heeft verteld wat de werkwijze was in de Leidse kliniek, maar zegt tot 2017 niets te hebben geweten van de illegale donaties. In dat jaar heeft de laboratoriummedewerker hem gebeld om te vertellen over de twee kinderen. Ook heeft de laboratoriummedewerker toen opgebiecht dat hij zijn eigen zaad aanleverde. Die arts heeft dit vervolgens nergens gemeld.

'Misplaatste loyaliteit'

Emeritus hoogleraar Didi Braat noemt het zwijgen van de voormalige medewerkers van de kliniek 'misplaatste loyaliteit'. Braat deed eerder onder meer onderzoek naar gesjoemel met donorzaad in het Alrijne Ziekenhuis in Leiderdorp en het Isala Ziekenhuis in Zwolle.
'Wat daarbij opviel, was dat oud-medewerkers daar enorm bereid waren om van alles te vertellen om erachter te komen wat er was gebeurd in het verleden. En wat hier nu gesignaleerd wordt, hebben wij niet eerder gezien als commissie', zegt ze. 'De loyaliteit zou moeten liggen bij de gedupeerde ouders en kinderen.'

Oproep aan ouders, kinderen en oud-medewerkers

De Werkgroep Donorverleden SMCG doet nu een oproep aan ouders, kinderen en oud-medewerkers van de commerciële kliniek om zich te melden. Reden is dat het onderzoek naar de gebeurtenissen bij voorganger SMCG vast zit door het zwijgen van betrokkenen.
De commissie Braat adviseerde bij het onderzoek en gaf ook een beschouwing op het rapport. Ze is blij met de stap die nu gezet wordt. 'Ik denk dat het heel goed is dat er een oproep is zodat alle moeders die in het SMCG behandeld zijn zich kunnen melden en het met hun kinderen kunnen bespreken, dat oud-medewerkers zich alsnog kunnen melden en ook dat de kinderen weten dat ze bij de Fiom terechtkunnen voor DNA-matching.'

Virtueel dna-profiel bij Fiom

Fiom is het Nederlandse expertisecentrum op het gebied van ongewenste zwangerschap, verwantschapsvragen en adoptie. Dit centrum heeft op basis van het dna van de nu bekende kinderen van de laboratoriummedewerker een zogenoemd virtueel dna-profiel opgesteld. De man heeft zelf namelijk geen dna afgestaan aan het centrum.
Maar op basis van dat virtuele profiel is het toch mogelijk om aan te tonen dat iemand is verwekt met zaad van de betreffende donor. Vrouwen die in het verleden in Leiden zijn behandeld, kinderen die vragen hebben en oud-medewerkers van de kliniek kunnen terecht op een speciale website waar informatie over deze zaak op staat.