Valt Herman 'knettergekke' ijscoman aan? 'U lijkt hem op z'n bek te slaan'

Schrijver van de rubriek Bij de Politierechter.
Schrijver van de rubriek Bij de Politierechter. © Theresa Hartgers.
DEN HAAG - 'Als je de verhalen mag geloven over die gek is dit het zoveelste incident. Dan is het niet raar dat iemand in het dorp een keer zegt: tot hier en niet verder. En dat was ik, want niemand doet iets.' De zaak tegen Herman is al een tijdje onderweg als hij toegeeft wat hem wordt verweten: hij heeft de uitbater van de plaatselijke ijssalon een muilpeer verkocht. Maar daar had hij een goede reden voor en hij zegt dat het Openbaar Ministerie (OM) en de politierechter daar volledig aan voorbij gaan. Dat wil hij de hele tijd duidelijk maken en hij vindt dat hij daar de ruimte niet voor krijgt.
Dit is een verhaal in onze serie Bij de politierechter.
De zitting begint nog vriendelijk genoeg. De rechter verontschuldigt zich voor het feit dat de zaak met vertraging begint, omdat eerdere zaken zijn uitgelopen. Joviaal zegt hij: 'Welkom, dit is nou een zittingszaal. Hier achter mij hangt de koning, oh, die hangt hier niet, nou ja, meestal wel. En de officier gaat vertellen waarvoor we hier zijn.'
De officier van justitie leest de aanklacht voor: geweld tegen de eigenaar van de ijssalon, vorig jaar zomer. Herman wil daar nog helemaal niet over praten. Hij vraagt of iedereen wel hetzelfde dossier heeft. 'Ik heb 67 bladzijden', zegt de rechter. Herman heeft veel meer, zo laat hij zien. Getuigenverhoren, een flink pak papier en ook meer camerabeelden dan de officier in het dossier heeft gevoegd.

Verklaring voorlezen

De rechter komt na enig heen-en-weer gediscussieer achter zijn tafel vandaan en loopt naar Hermans tafeltje toe om de vermeende ontbrekende dossiers te bekijken. Hij pakt één van de mappen op, kijkt erin en zegt dan: dit is een dossier over Wesley. Ik weet wel dat het één van uw zoons is, maar we zijn hier nu voor u.' Herman reageert bozig: 'Dan lees ik een verklaring voor en dan zijn we daarna klaar.'
De rechter gaat weer zitten en Herman pakt een papier waarop hij zijn verklaring heeft geschreven: 'Ik snap dat deze zaak voor u en het OM weinig interessant is. Er komt een man een ijssalon binnen en hij geeft de eigenaar een klap. Simpel. Klaar. Maar is dat zo? Was het ijsje niet lekker? Was het hoorntje oud?'

Tafelrand

'Nee edelachtbare, deze man, die zich een kindervriend noemt en een voorbeeld moet zijn, scheldt zijn klanten en dus ook kinderen uit en perst ze af. Het gaat er niet over dat ik verhaal kom halen. Het gaat erom dat deze man knettergek is en aan mijn kind zit en het hele dorp weet dat.'
De rechter probeert er tussen te komen: 'Uw zoon zou aan de rand van een tafeltje hebben gepulkt en toen heeft de ijscoman zijn telefoon afgepakt en hem gedwongen om vijf euro te pinnen voor de schade.'

Vijftig minuten binnen

Herman valt hem in de rede. 'Wat is er precies kapot gegaan aan dat tafeltje? Heeft het OM dat onderzocht? Het staat in het dossier van mijn zoon, maar dat is maar een kind dus dat interesseert ze niet. Als er iets kapot gaat ben je daarvoor verzekerd hebben we afgesproken in dit land, maar dat geldt niet voor een "kindvriendelijke" ijscoman.'
De boze vader komt nu pas echt op stoom. 'Mijn kind moet om 16.30 uur naar binnen om te pinnen. Dat gebeurt pas om 17.20 uur. Dat is verdomme vijftig minuten later. Hij slaapt nog steeds slecht, hij durft niet in de buurt van de ijssalon te komen en hij durft er met niemand over te praten. Welke gek pakt de telefoon af van een kind van dertien en zegt: je hebt iets kapot gemaakt en je gaat betalen? Knap hoor, even een kind kapot maken. En niemand doet iets. De politie niet, handhaving niet. Dus dan doe ik het.'

Camerabeelden

De rechter ziet een kans om het gesprek weer terug te brengen naar de mishandeling van de ijsverkoper. Hij laat de beelden zien van het incident. Duidelijk is te zien dat Herman de zaak binnen komt, de standaard met ijshoorntjes van de toonbank veegt en dan uithaalt naar de ijscoman. 'Hier zien we uw probleemoplossing', constateert de rechter. Daarna gaat het gevecht buiten beeld verder.
De rechter beschrijft wat er te zien is als de mannen weer in beeld komen. Een tweede standaard met ijshoorntjes vliegt door de zaak. Herman onderbreekt hem weer. 'Zoals de ijscoman bevestigt vindt hij het normaal dat hij een kind even een lesje leert. Ben je dan niet helemaal goed? Weet u wat een kind zou zeggen?' Hij wijst naar het beeld van de klap. 'Eigen schuld, dikke bult.'

Naar de politie

Herman wil verder met zijn betoog, maar nu onderbreekt de rechter hem. Na het joviale begin is de discussie inmiddels een stekelig steekspel geworden. 'Als u vindt dat de ijscoman een strafbaar feit heeft gepleegd dan gaat u naar de politie en...' Herman valt hem weer in de rede: 'Maar die doet niks!' De rechter gaat nu door. 'Ik stel vast dat u de man die u zo welwillend een gek noemt een klap geeft. Wat was nou uw intentie?'
'Ik was zo kwaad dat ik geen intentie had.' De rechter weer: 'Maar wat wilde u nou?' Herman zegt 'Dat wilde ik u uitleggen op papier, omdat u het dossier niet heeft wat ik wel heb.' De rechter is nu wel klaar met Hermans herhaalde pogingen om het steeds over iets anders dan de mishandeling te hebben.

Strafbaar of niet?

'Ik denk dat ik op het punt sta om u de zaal uit te gooien. Dat is me nog nooit overkomen. Ik heb een dossier wat niet gaat over wat de ijscoman met uw zoon heeft gedaan. Het gaat over wat u doet en u lijkt hem op z’n bek te slaan. En u zegt ik kwam voor mijn kind op. Het enige wat ik moet beantwoorden is of dat een strafbaar feit was. Vindt u het strafbaar?'
Herman vindt van niet. 'Ik verdedigde mijn jongste kind, mijn andere kind en het halve dorp.' De rechter vraagt: 'Dus he had it coming?' Herman is resoluut: 'Ja en ik was toevallig de uitvoerder.' De rechter zegt nogmaals dat hij alleen te maken heeft met de klap en dat de rest niet relevant is. 'Dan bent u een bevooroordeelde rechter', stelt Herman.

Wraken

'Gaat u me wraken? Doe het dan nu want dan zijn we er vanaf.' Het is duidelijk dat de rechter er wel klaar mee is. Herman trouwens ook: 'Dan wraak ik u, want u heeft zich voorbereid op een half dossier en u weet niet waarover u praat.'
De rechter wil uitleggen wat nu de verdere procedure is, hoe de wrakingskamer naar de zaak zal kijken en of dezelfde rechter de zaak zal voortzetten, maar Herman valt hem alweer in de rede. 'U heeft wel moeite met luisteren hè?', vraagt de rechter. En als Herman door hem heen blijft praten herhaalt hij het: 'U heeft écht moeite met luisteren hè?' Daarna maakt hij zijn verhaal over het vervolg van de zaak alsnog af, terwijl Herman zijn extra dikke dossier in zijn rugzak stopt en zijn jas aantrekt.

Ongevraagd advies

'Dan zijn we klaar', besluit de rechter, 'Ik hoop dat u geen parkeerboete heeft want anders rekent u me dat ook nog aan...' Herman valt hem nog één keer in de rede: 'Ik reken u niks aan.' De rechter hervat z'n slotwoord: 'En dan heb ik nog één ongevraagd advies: ad-vo-caat.'
'Dan zijn we klaar en wens ik u een fijne dag.' Herman roept 'helemaal goed' en loopt zonder om te kijken de zaal uit.
De namen van Herman en Wesley zijn gefingeerd.