NFI-expert haalt bewijs uit telefoons: 'Bijvoorbeeld via stappentellers en hoogtemeters'

Jan Peter van Zandwijk
Jan Peter van Zandwijk © Omroep West
DEN HAAG - 'Het is heel mooi werk, omdat we vanuit de wetenschap een bijdrage kunnen leveren aan een veiliger Nederland.' Jan Peter van Zandwijk is één van de meer dan honderd digitaal specialisten van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Hij en zijn collega's onderzoeken onder meer digitale apparaten op bewijs voor een strafzaak. Eén van zijn recente onderzoeken is hoe een iPhone hoogteverschillen registreert.
'We onderzoeken allerlei digitale sporen om de politie te helpen. We kijken hoe goed die sporen passen bij verklaringen die zijn afgelegd of hypotheses die de politie heeft over wat er in een zaak is gebeurd', zegt Van Zandwijk, die als forensisch wetenschapper een van de digitale spoorzoekers is.
Meestal haalt de politie zelf de gegevens uit in beslag genomen telefoons. Het NFI moet met die data aan de slag. 'Je kan in een telefoon zien wat voor activiteiten iemand heeft uitgevoerd. Een groot deel van iemands leven speelt zich tegenwoordig af op de telefoon.'

Omhoog lopen

Zo zijn er bijvoorbeeld de stappentellers. Veel telefoons hebben die tegenwoordig. 'Die registreren afstanden die iemand heeft gelopen. In bepaalde gevallen kun je ook zien of iemand een verdieping is op- of afgelopen.'
Van Zandwijk en zijn collega's ontdekten vorig jaar hoe met een iPhone is vast te stellen op welke verdieping iemand is geweest.

In lift werkt het niet

'Het is eigenlijk een soort hoogtemeter. Als je omhoog loopt, dan registreert de iPhone het hoogteverschil, dus één of meerdere verdiepingen.'
Van Zandwijk ontdekte dat de telefoon elke drie meter telt als een verdieping, als de gebruiker tenminste loopt. 'Ja, daar zijn we ook achter gekomen. Als je de lift neemt, werkt het niet. Het moet een combinatie zijn van lopen en hoogteverschil. Als je stilstaat op een roltrap dan worden er geen verdiepingen geregistreerd, maar als je op een roltrap omhoog loopt wel.'

Dagenlang proeven in gebouw

Om daar achter te komen, deden Van Zandwijk en zijn collega's dagenlang proeven in het NFI-gebouw. Trappen op- en aflopen, liften in en uit en roltrappen op en neer. Allemaal om zeker te weten dat de theorie klopt.
Dat deden ze niet met de telefoon van een verdachte, maar met verschillende modellen en verschillende softwareversies waarmee in zijn algemeenheid iets te zeggen was over iPhones. Voor andere merken is het onderzoek niet gedaan, omdat die niet relevant waren voor de zaak waar het om ging.

Analoog dingetje

Om de digitale stappentellers op de telefoon te controleren, heeft Van Zandwijk ook nog een ouderwetse klikteller. 'Dan moet je jezelf wel eerst aanwennen dat je bij elke stap de klikker indrukt', zegt hij met een lach.
'Met zo'n klikkertje hebben we gemeten hoeveel stappen er gelopen zijn en dat kan je dan vergelijken met hoeveel stappen zo'n telefoon registreert. Dan kan je dus een gevoel krijgen over hoe nauwkeurig de informatie in zo'n telefoon is. Een oud analoog dingetje. Ja, werkt prima.'
Een ouderwetse klikteller
Een ouderwetse klikteller © Omroep West
Hoewel de meerderheid van de gegevens die Van Zandwijk en zijn collega's bekijken uit telefoons komen, onderzoeken ze ook wel andere apparaten, zoals smartwatches.
Vroeger werden er ook veel computers onderzocht, maar die zien ze inmiddels nauwelijks meer. Voor telefoons die de politie zelf niet kan leeghalen, is er de afdeling 'moeilijke gevallen'. Die krijgt uit bijna elke telefoon de data opgevist. 'We proberen het altijd wel. In sommige gevallen lukt het, in andere gevallen niet.'

Kennis delen

De kennis van het NFI wordt breed en internationaal gedeeld met opsporingsdiensten en forensische instituten. Ook heeft het NFI onder meer het systeem Hansken ontwikkeld, om grote hoeveelheden digitale data te doorzoeken. Dat systeem wordt inmiddels in dertien landen gebruikt.
'Dat is een soort grote forensische zoekmachine die je hele grote hoeveelheden data kan laten doorzoeken. Die wordt door de politie in grote zaken gebruikt om snel inzicht te krijgen als er heel veel verschillende telefoons in beslag zijn genomen, om dan te zoeken naar bepaalde sporen.'

Software-update

Eén van de aardigheden van het werk is dat het nooit ophoudt. Nieuwe technische ontwikkelingen zorgen weer voor nieuw onderzoek en soms is een belangrijke ontdekking na een software-update weer waardeloos. 'Dat betekent dat we dan weer opnieuw zouden moeten beginnen. Dat hoort gewoon bij ons werk', zegt Van Zandwijk.
'We hebben dat zelf niet onder controle. Het is altijd jammer als je heel veel energie ergens in hebt gestopt om iets te onderzoeken en dat je het helemaal begrijpt, maar dat het dan daarna kan verdwijnen door een software-update. Maar dat hoort bij ons vakgebied, dus dat is wel iets waar iedereen zich van bewust is.'
Lees hieronder al onze verhalen in de serie 25 jaar NFI: