Harold lijkt onhandelbaar en zet rechtszaal op stelten: 'Jullie zijn criminelen'

Schrijver van de rubriek Bij de Politierechter.
Schrijver van de rubriek Bij de Politierechter. © Theresa Hartgers.
DEN HAAG - 'U zit momenteel in een GGZ-instelling?' Met die vraag begint de politierechter als Harold en zijn advocaat zitten. 'Nee', antwoordt de verdachte op hoge toon. 'Ik zit in een concentratiekamp waar ik word gemarteld. Daar doen ze mensen in die niet meewerken met de staat.' Harold zit kaarsrecht op het puntje van zijn stoel, een dik pak papier voor zich op tafel. Hij heeft zich goed voorbereid op de zitting, zoveel is duidelijk.
Dit is een verhaal in onze serie Bij de Politierechter
De rechter vat de voorgeschiedenis van de zaak samen. Harolds vader heeft aangifte gedaan tegen zijn zoon vanwege mishandeling en bedreiging, eind 2022. Die eerste aangifte is door het Openbaar Ministerie geseponeerd, maar de vader heeft dat aangevochten en het hof heeft het OM opgedragen om de zaak toch door te zetten.
Maar voor Harold gaat de zaak nog veel verder terug, tot 2018, de dag dat zijn buurman asbest stond te zagen in de tuin. 'Ik ben autistisch en ik werd angstig van het asbest.'

'Vader heeft leven verwoest'

'Toen heb ik iets naar de buurman geroepen en dat heeft mijn vader aangegrepen om me het huis uit te zetten', vervolgt Harold. 'Sindsdien ben ik dakloos. Ik heb ook aangifte gedaan van het in hulpeloze toestand brengen van een psychiatrisch patiënt.'
'U bent boos', constateert de rechter. Harold gaat daar niet op in, hij ratelt door. 'Ik begrijp het niet zo goed. Ik kan me niet iets ernstigers bedenken dan een psychiatrisch patiënt op straat te gooien. Mijn vader heeft mijn leven verwoest.'

Por in zij?

Hij was drie jaar dakloos toen zijn geld op raakte. 'Ik ben mijn vader om hulp gaan vragen en toen heb ik hem misschien een por in zijn zij gegeven.'
Of misschien wel iets meer dan alleen een por, zo geeft hij even later toe als de rechter hem voorhoudt dat zijn vader zegt dat Harold hem op de grond heeft gegooid. 'Dat kan helemaal niet, ik had hem vast aan zijn jas. Ik heb hem door elkaar geschud en gezegd: voor de eeuwigheid oprotten uit mijn leven.'

'Dit criminele OM...'

'Waarom moet ik voorkomen op grond van helemaal niets? En dit criminele OM...' De rechter valt hem streng in de rede: 'Dat gaan we niet zeggen, dat soort teksten. Het hof heeft beslist dat het OM u moet vervolgen. Uw vader zegt dat u hem heeft geschopt tegen zijn been.'
Harold wil wel bevestigen dat dat is gebeurd. Maar hij wil ook een flinke schadevergoeding van zijn ouders. De rechter zegt: 'Daar ga ik niet over.'
'Ik heb aangifte gedaan tegen Yesilgöz'
Harold schiet uit zijn slof. 'Maar dat is het probleem! Ik heb aangifte gedaan tegen Yesilgöz, ik heb een zelfmoordpoging gedaan. Ik doe aangifte van moord en dat wordt geseponeerd. Ik heb de rechtsgang nodig omdat het een stelletje boeven is. Maar als ik aangifte doe, wordt het geseponeerd omdat psychiatrisch patiënten worden gecriminaliseerd.'

Beelden bekijken

Als hij is uitgeraasd komt er nog een zaak op tafel om te bespreken. Er is namelijk nog een aangifte, van een filiaalmanager van een Albert Heijn die zegt dat Harold iets heeft gestolen en hem heeft mishandeld. 'Gaan we de beelden bekijken', wil de verdachte weten. Die zijn er niet, zegt de rechter. 'Oh, bedankt OM', schampert de man. 'Niemand heeft ze', zegt de rechter.
Harold legt, opnieuw op hoge toon, uit wat er is gebeurd. Hij kocht artikelen met 35 procent korting, maar de zelfscankassa zou hem de korting niet hebben gegeven. Daarop wilde hij bij de servicebalie zijn geld terug, maar dat kreeg hij niet. 'Het lijkt steeds vaker te gebeuren. Het is diefstal van kwetsbare mensen als ik.'

Vuist op tafel

Twee dagen later overkomt hem hetzelfde. Hiervan zijn wel beelden. Te zien is dat hij de filiaalmanager duwt en een klap geeft als die hem probeert tegen te houden bij het verlaten van de winkel. 'Ik word weer bestolen. Ik heb het hoofdbestuur van Albert Heijn een brief geschreven, want ik word weer voor dief uitgemaakt.'
'Hij raakt me aan en ik ben autistisch dus daar houd ik niet van. Dan houdt hij me tegen en dan vindt er dus een gijzeling plaats!' Harold gaat steeds sneller en harder praten. 'Ik word hier gecriminaliseerd en als ik iemand sla is dat het gevolg van iemand jarenlang dakloos maken. Ik word nooit teruggebeld door de politie en dat is ook een misdrijf!' Hij schreeuwt en slaat met zijn vuist op tafel.

Rechter waarschuwt

De rechter vindt dat hij lang genoeg begrip heeft getoond voor Harolds emoties en grijpt in. 'Ik snap dat de gemoederen hoog oplopen, maar ik ga u waarschuwen. Als u nog een keer gaat schreeuwen of met uw vuist op tafel slaat, dan gaat u naar beneden.' Beneden is het cellenblok.
De rechter vraagt zich hardop af wat hij aan moet met Harold. 'U heeft een zorgmachtiging, maar zonder dwang. Een taakstraf is geen optie, een geldboete ook niet en een celstraf? De vraag is of u wel naar de gevangenis kan.'

Signaal nodig

De officier van justitie vindt de mishandeling en bedreiging van Harolds vader bewezen en de mishandeling van de filiaalmanager ook. 'Terwijl die u juist wilde helpen met de kortingsstickers, al ziet u dat anders.' Ze vindt een signaal nodig dat dit niet kan en wil erkenning van de slachtoffers als slachtoffer.
Maar omdat ze ook wel ziet dat het moeilijk wordt om Harold te straffen, eist ze een volledig voorwaardelijke taakstraf van zestig uur met een proeftijd van twee jaar, als stok achter de deur.

Hoog in de emotie

De advocaat van Harold vertelt waarom haar cliënt zo emotioneel is. 'Een klein jaar geleden stonden we hier ook en toen is de zaak niet-ontvankelijk verklaard, dus hij was verbaasd dat de zaak toch is doorgezet. Nu zitten we hier weer en zit hij hoog in de emotie en dat helpt niet. Het strafrechtelijk kader past niet voor mijn cliënt en de zorg schiet tekort.'
Over de winkelmanager zegt ze: 'Cliënt heeft niet op zijn voorhoofd staan dat hij niet wil worden aangeraakt, net zo min als er bij mij staat dat ik advocaat ben. Zijn emmertje loopt snel over. Er is veel oud zeer en dat is geen hoofdpijn die je met paracetamol oplost.' Ze vraagt een schuldigverklaring zonder straf. Harold mompelt naast haar: 'Ik ben klaar met jullie.'

Oorlogsmisdrijven

Dat is iets te voorbarig, want de rechter geeft hem nog het laatste woord. Harold begint met de supermarkt. 'Ik heb het opgenomen voor al die Nederlanders die door Albert Heijn worden bestolen. Dat heeft deze mensenrechtenactivist toch maar mooi gedaan.'
'Ik ben daarna mishandeld door de politie en weer door de staat verkracht, want ik ben platgespoten. Ik noem het inmiddels oorlogsmisdrijven. Jullie doen dat. Ik word gemarteld. Ik heb ook Willem-Alexander en de staat aangeklaagd.' Harold heeft nog 2,5 A4-tje die hij wil voorlezen. Dat mag van de rechter in verkorte vorm. Boos vouwt Harold de papieren weer op. 'Ik ben er klaar mee. Jullie zijn criminelen.'

Duwtje in de goeie richting

De zitting komt aan zijn einde. De politierechter merkt op: 'Ik zie dat u asperger heeft met achterdochtige fases en psychoses en u ziet dat zelf ook. Ik vind de feiten wel bewezen. Een taakstraf heeft inderdaad geen zin, maar een voorwaardelijke straf van zestig uur als stok achter de deur vind ik passend.'
'Dan hoop ik dat het in de zorg beter met u gaat', besluit de rechter. Harold is stellig in zijn antwoord. 'Nee!' De rechter negeert dat en zegt: 'Dan hoop ik u niet meer te zien.' Dat hoopt Harold ook. Hij pakt zijn stapel papieren, staat op en loopt naar de deur, mompelend, 'oorlogsmisdrijven zijn het'.
De naam van Harold is gefingeerd.