Peter deelt met gevaar voor eigen leven hulpgoederen uit aan front in Oekraïne

Peter Holties (links) en Rens de Boer (rechts) delen hulpgoederen uit aan in de dorpen aan het front
Peter Holties (links) en Rens de Boer (rechts) delen hulpgoederen uit aan in de dorpen aan het front © Peter Holties
LEIDEN - Na twee jaar is de oorlog in Oekraïne bij velen een beetje uit het geheugen weggezakt, maar aan het front wordt nog altijd zwaar gevochten. Tussen de raketinslagen en vuurgevechten staan de dorpjes er verlaten bij. De inwoners die resteren zijn nagenoeg volledig afhankelijk van dappere vrijwilligers en de hulpgoederen die ze brengen. Vrijwilligers zoals Peter Holties (27) uit Leiden, die inmiddels voor de zevende keer aan het front is.
Net als vele anderen voelt de destijds in Leiden studerende Peter zich geroepen als Rusland buurland Oekraïne binnenvalt in 2022. In maart, enkele weken na de Russische inval, trekt hij voor het eerst naar Oekraïne om humanitaire hulpverlening te bieden. 'Ik wilde niet stilzitten. Ik ben een jonge, fitte gast en wilde wat doen. Ik had contact met een maatje van mijn studentenvereniging, Rens de Boer. Hij was het daarmee eens.'
Tijdens de eerste tocht in maart 2022 trekt Peter naar het front. Rens kan dan nog niet mee vanwege gezondheidsproblemen. Hij zit in Kiev, dat op dat moment door het Russische leger wordt belegerd. 'Daar heb ik een Nederlandse vrouw en een Oekraïense man ontmoet die daar al jaren woonden. Samen met hen hebben ik soep gemaakt en brood gebakken. Toen de Russen zich terugtrokken, hebben we dat uitgedeeld.'

'De hel'

Wanneer Peter in de dorpen komt waaruit de Russen zich hebben teruggetrokken, treft hij 'de hel' aan: verwoeste dorpen, geplunderde huizen en dode soldaten. Hij herinnert zich een moment dat hij een opgeblazen Russisch pantservoertuig tegenkomt. 'Uit nieuwsgierigheid keek ik naar binnen, waar de restanten van de bemanning nog lagen.'
Het maakt allemaal zo'n impact op Peter, dat hij ook na zijn terugkeer het nieuws vanaf het front nauwlettend blijft volgen. 'Ik voelde me machteloos en had het gevoel dat ik terug moest om te helpen.'

Relief Effort Ukraine

In juli van dat jaar vertrekt hij daarom opnieuw en in januari 2023 gaan hij voor de derde keer, ditmaal met Rens én hun eigen ANBI-stichting: Relief Effort Ukraine. 'Ik had inmiddels aardig wat contacten opgebouwd. Er waren kachels nodig aan het front, omdat er geen gas meer was. Toen hebben we 10.000 euro opgehaald, kachels gekocht en zijn we daarheen gereden', vertelt Peter.
In mei en oktober 2023 en februari van dit jaar gaan ze weer. Iedere keer blijven de mannen zo'n tien dagen tot twee weken om hulpgoederen uit te delen. De mensen bij wie ze langsgaan, veelal ouderen en invaliden, zijn maar al te dankbaar. Wanneer ze langsgaan bij een vrouw en haar 87-jarige, bedlegerige moeder, barst de oude vrouw in tranen uit. 'Jullie zijn ons niet vergeten.'
Deze vrouw van 87 was maar wat dankbaar voor de komst van hulp
Deze vrouw van 87 was maar wat dankbaar voor de komst van hulp © Peter Holties
De meeste dorpen waar Peter langsgaat, tellen slechts nog een fractie van het oorspronkelijke bewonersaantal, meestal niet meer dan enkele honderdtallen volgens hem. Ondanks herhaalde en verplichte evacuatieoproepen, zijn ze gebleven. 'Je kunt mensen niet dwingen', legt Peter uit.
'Sommigen willen niet weg omdat hun familie hier al generaties woont en ze hier willen sterven. Sommigen kunnen nergens anders naartoe. En dan zijn er ook nog mensen die pro-Russisch zijn en denken dat hun leven beter wordt. We bieden altijd aan om mensen te evacueren, maar vaak besluiten ze dat te laat.'
De bewoners waar Peter langsgaat zijn maar wat dankbaar
De bewoners waar Peter langsgaat zijn maar wat dankbaar © Peter Holties

Russen komen dichterbij

Waar een eerder stadium van de oorlog vooral bestond uit Oekraïense terreinwinst, richt het leger zich nu vooral op het verdedigen van de huidige linies. En ondanks stevig verzet, weten de Russen iedere dag een stapje dichterbij te komen. 'Het zijn steeds maar enkele meters, maar de artillerie wordt wel steeds verder naar voren geschoven.'
Dat maakt ook het werk van Peter een stuk moeilijk én een stuk gevaarlijker. 'Op vrijdag reden we naar een dorp met zo'n 500 inwoners, maar de linie was zo verschoven dat we daar doorheen moesten. Toen zagen we in een naastgelegen veld opeens vijf raketinslagen binnen vijf minuten. Het zou letterlijk zelfmoord zijn geweest om daar doorheen te rijden. We hebben vijf rode kruizen op onze auto, maar je weet het maar nooit.'
Een oude man bekijkt de restanten van zijn door een raket opgeblazen huis in Borova
Een oude man bekijkt de restanten van zijn door een raket opgeblazen huis in Borova © Peter Holties
Tijdens een bezoek aan het plaatsje Borova blijkt er een raket midden tussen de huizen te zijn ingeslagen, met drie doden tot gevolg. Aan de overkant van de krater staat een oude man voor de restanten van zijn huis. 'Hij was helemaal shellshocked en stond al sinds de dag ervoor naar zijn huis te kijken, zonder te slapen.'
Dat de oorlog voor Peter zó dichtbij komt, vinden zijn ouders maar moeilijk te verteren. 'Ze zijn trots, maar ze vinden het niet leuk. Het is nu al wel de zevende keer, dus zij wennen er ook een beetje aan. Soms denk ik dat zij banger zijn dan ik. Ik wil heel ver gaan, maar als wij gewond raken heeft niemand daar wat aan. We nemen al een groot risico, maar je moet altijd scherp blijven en snel kunnen handelen.'

Belabberde situatie

De laatste tijd deelt de stichting veel groentezaden uit. Daar is grote vraag naar. 'De infrastructuur in die dorpen is volledig ingestort en er zijn ook geen supermarkten meer. Ze zijn afhankelijk van hun eigen moestuintje en wat ze krijgen.'
De huidige situatie noemt Peter 'belabberd', zowel op humanitair als militair vlak. Dat heeft volgens hem te maken met de teruglopende financiële en militaire steun die Oekraïne ontvangt. 'Je merkt het aan alles. Er zijn overal tekorten aan.'
Rens en Peter met een auto vol voedselpakketten
Rens en Peter met een auto vol voedselpakketten © Peter Holties
Momenteel zit Relief Effort Ukraine gevestigd in Kharkiv. De spullen die ze verzamelen, worden drie tot vier keer per week uitgedeeld in de regio Koebiansk, één van de huidige hoofddoelen van de Russen. Dat doen ze met behulp van een groep buitenlandse vrijwilligers. 'Ik wil wel vaker gaan, maar je heb echt je rust nodig. Het gaat je niet in de koude kleren zitten.'
Eind februari gingen beide mannen terug naar Nederland. Rens blijft daar vanwege zijn studie. Peter, die net is afgestudeerd en in april aan een nieuwe baan begint, gaat kort daarop terug naar het front. Er valt namelijk nog heel wat te regelen om te zorgen dat het belangrijke werk dat hij doet voortgezet kan worden als ook hij weer vertrekt.

Instabiele situatie

'Ik heb contact met een Canadees die zijn eigen NGO met drie pick-up trucks heeft. Wij hebben alleen een gedoneerde Opel Zafira. Ik hoop voordat ik wegga met hem te kunnen regelen dat zij de leveringen over kunnen nemen', legt Peter uit. 'Ik wil het door laten gaan, want het is zo hard nodig.'
Ook de niet-menselijke bewoners kunnen op hulp rekenen
Ook de niet-menselijke bewoners kunnen op hulp rekenen © Peter Holties
Als dat niet lukt, zullen de bewoners van de dorpen nog maar weinig mensen hebben die naar ze om zullen kijken, vreest Peter. 'De grote hulporganisaties komen hier niet meer. Wij zijn echt één van de weinigen. Het is lastig, want de situatie kan altijd veranderen. Dit kan over twee weken bezet gebied zijn, maar ook over twee maanden of een jaar.'

Niet de laatste keer

Zelf blijft hij in ieder geval tot eind maart in het land, om vervolgens weer in het 'gewone leven' te stappen. Of hij dat moeilijk vindt? 'Best wel. Het leven is hier heel anders. Je hebt hele andere problemen dan in Nederland. Het is een hele wereld van verschil. Het gevoel dat ik hier nuttig kan zijn is belangrijk, maar dit is niet mijn normale leven. Dat moet ik me ook wel realiseren.'
Wel benadrukt Peter dat het zeker niet de laatste keer is dat hij in Oekraïne is geweest. Concrete plannen zijn er niet, maar: 'Er is 99 procent kans dat dit niet de laatste keer is.' In de tussentijd wordt er nog druk ingezameld voor Oekraïne via de website van de stichting.