Onbegrip, frustratie en emotie bij verdachten Haagse corruptiezaak

De verdediging in hoger beroep, met links Richard de Mos
De verdediging in hoger beroep, met links Richard de Mos © ANP
DEN HAAG - Zes lange dagen in het gerechtshof zitten erop. Stevig waren de discussies tussen het Openbaar Ministerie (OM) en de advocaten van de verdachten in de Haagse corruptiezaak. Het feit dat het OM in beroep ging tegen de heldere vrijspraak van de rechtbank, leidt tot veel onbegrip, frustratie en emotie bij de verdachten, zo werd afgelopen weken duidelijk. Op de uitspraak van het hof moeten ze nu drie maanden wachten.
Als de zitting is afgelopen en iedereen op de gang van het Haagse Paleis van Justitie nog wat staat na te praten, loopt advocaat-generaal Koos Plooij af op oud-wethouder Rachid Guernaoui. Hij wil hem de hand schudden. Maar daar heeft Guernaoui overduidelijk helemaal geen zin in.
Even trekt de oud-wethouder met een mondhoek, een vlaagje weerzin trekt over zijn gezicht. Hij doet zelfs een klein stapje achteruit, alsof hij meer afstand wil scheppen tussen hemzelf en de crimefighter van het Openbaar Ministerie. Guernaoui schudt zachtjes maar gedecideerd met zijn hoofd: en hij neemt de hand niet aan. Zo diep en persoonlijk zijn de emoties aan het einde van de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep opgelopen.

Zelfde feiten, andere conclusies

Op de laatste zittingsdag van het hoger beroep in de Haagse corruptiezaak mogen het OM en de advocaten van de zeven verdachten op elkaar reageren. Ze benoemen vaak dezelfde feiten, maar komen tot compleet verschillende conclusies. En dat verandert niet tijdens de repliek en de dupliek. Het OM bezweert wel dat het hoger beroep geen prestigezaak is: 'Het is een principiële zaak', zegt advocaat-generaal Koos Plooij.
Wel opvallend is dat het OM moet toegeven dat er in het eigen betoog in hoger beroep, het requisitor, een aantal fouten is geslopen. Het betreft opvallend vaak de zaak van vastgoedondernemer Michel Zaadhof.

Broodjeszaak

Eerst heeft het OM gezegd dat Zaadhof betrokken was bij omkoping in het dossier rond parkeergarage 'De Zeeheld'. Daarbij is een bedrijf van Zaadhof betrokken, NU projectontwikkeling. Maar tijdens de behandeling bleek dat hij ten tijde van 'De Zeeheld' helemaal nog niet actief was voor dat bedrijf. Daarom stelt het OM bij tijdens de repliek: de betrokkenheid van Zaadhof zou bestaan uit een ontmoeting tussen politicus De Mos, vastgoedondernemer Edwin Jansen en Zaadhof. 'Op het kantoor van Zaadhof', stelt het OM. En daarom blijft de beschuldiging staan.
De advocaat van de vastgoedondernemer, Judith de Boer, weerlegt ook die stelling van het OM in haar betoog: 'Die ontmoeting was in een broodjeszaak en De Mos heeft de rekening betaald', stelt ze. Waar ze nog schertsend aan toevoegt: 'Excuses aan de heer De Mos, die ik weleens een beschreven heb als gierig.'
Richard de Mos met zijn raadsman Peter Plasman
Richard de Mos met zijn raadsman Peter Plasman © ANP
Na de repliek van het OM en de dupliek van de advocaten is het woord aan de verdachten: zij krijgen het laatste woord in hun zaak. Daar maken zes van de zeven gebruik van, waarbij Erdinç Akyol zich beperkt tot enkele zinnen.

De Mos maakt het politiek

In zijn laatste woord zegt De Mos te moeten constateren dat het OM al jaren zijn ombudspolitiek heeft 'gecriminaliseerd en beschimpt'. De politicus maakt zijn laatste woord ook politiek: 'We hebben daardoor nu dus een college dat deels bestaat uit partijen die verloren hebben en uit wethouders die fungeren als brokkenpiloot vanwege het onthutsende gebrek aan bestuurservaring.'
De Mos kondigt vervolgens ook aan dat hij gewoon met mensen in een klankbordgroep zal blijven overleggen als hij niet voldoende kennis heeft van een kwestie. En hij blijft ook om donaties vragen 'om te concurreren met landelijke partijen waar het geld tegen de plinten klotst'. Want: 'Een Hagenees is niemands knecht en zit zeker niet in de zak van welke donateur dan ook.' Hij roept de rechters van het gerechtshof dan ook op om hem weer compleet vrij te spreken.

Guernaoui is heel persoonlijk

De andere Haagse oud-wethouder begint opvallend, met een zin waar een verwijzing naar een campagne tegen huiselijk geweld in zit: 'Het OM stopt niet... Niet vanzelf. Al 4,5 jaar word ik gegijzeld door het Openbaar Ministerie. Mijn carrière is kapot gemaakt door het OM: ik kan binnen de overheid geen kant meer op.'
'Ik ervaar de zittingen waarbij ik me moet verdedigen als een taakstraf', vervolgt Guernaoui, waarbij zijn stem net niet breekt. Hij verwijt het OM niet bezig te zijn met waarheidsvinding, maar met het bewijzen van het eigen gelijk. En dan richt hij zich naar de raadsheren van het gerechtshof: 'Ik weet dat u de slapeloze nachten, de tranen, de pijn, de stress niet kan doen vergeten. U kunt daar helaas helemaal niets aan doen. Wat u wel kan doen is zorgen dat het stopt.' En hij besluit nogmaals met de woorden: 'Het OM stopt niet... Niet vanzelf.'

Onmacht en emoties

Uit het laatste woord van Michel Zaadhof druipt het gevoel van onmacht, ondanks dat hij zichzelf heeft beloofd 'niet te verzuren'. 'Ik hoop dat niemand ooit hoeft mee te maken wat ik en mijn gezin hebben meegemaakt. Zonder enig verhoor, zonder persoonsdossier, tijdens een persverklaring naar buiten worden gebracht als lid van een criminele organisatie. En dat voor een partijdonatie van 2500 euro en het bemiddelen bij een bouwkraan.'
Zijn zakenpartner Edwin Jansen heeft tijdens zijn laatste woord moeite om de tranen binnen te houden. Tijdens de zaak heeft de advocaat-generaal opvallend vaak voorgedragen uit mailtjes en appjes van Jansen en daar verwijst hij naar. 'Wat ik het ergste vind is dat ik met mijn mailtjes en appjes mijn partners in de problemen heb gebracht, dat spijt mij het meest', zegt hij met een snik in zijn stem. 'De aantijgingen staan haaks op wie ik ben. Ik kan me heel erg voor iets inzetten, maar ik zou nooit iemand omkopen.'

'Reputatie geschaad'

Atilla Akyol, de voormalig eigenaar van zalencentrum Opera, vertelt hoe hij al jaren worstelde met de gemeente. Hij had het gevoel dat hij steeds werd tegengewerkt. Tot hij in contact kwam met Richard de Mos. Iemand die wél de telefoon opnam en het opnam voor zijn onderneming. De twee konden het goed vinden, Akyol zette zich vervolgens ook in voor de partij, werd donateur en kwam ook op de kieslijst. De giften die hij deed waren niet bedoeld om nachtvergunningen los te krijgen, bezweert hij nogmaals tijdens zijn laatste woord.
De zaak heeft grote gevolgen voor hem. Akyol moest zijn zaak verkopen mede om de juridische kosten te betalen. Een nieuwe onderneming opbouwen lukt heel moeilijk, omdat zijn reputatie is geschaad. Bovendien blijft de dag van de inval in zijn geheugen gegrift. 'Ik zal nooit de gezichten van mijn vrouw en zoons vergeten.'

Uitspraak in juni

De inhoudelijke behandeling is na de laatste woorden afgesloten. De leden van het Haagse gerechtshof moeten zich nu gaan buigen over het dossier en tot een uitspraak komen. Daar nemen ze de tijd voor: drie maanden.
De uitspraak in het hoger beroep staat gepland op 21 juni om 13.00 uur.
Lees meer in ons dossier 'Haagse corruptiezaak'