Namen op monument ontbreken of staan verkeerd, volkszanger strijdt voor erkenning

Het Sinti- en Romamonument aan de Vondelstraat in Den Haag
Het Sinti- en Romamonument aan de Vondelstraat in Den Haag © ANP
DEN HAAG - Op het Sinti- en Romamonument aan de Vondelstraat in Den Haag zouden namen van slachtoffers van de razzia tijdens de Tweede Wereldoorlog onvolledig zijn of in zijn geheel ontbreken. Volkszanger Rein Mercha zet zich samen met de Haagse fractie van D66 in om de ontbrekende namen op de gedenksteen te krijgen. 'Mijn familiegeschiedenis is de rode draad in mijn leven.'
Nabestaande Mercha (61) verloor in de Tweede Wereldoorlog een groot gedeelte van zijn familie. Aan de Vondelstraat herdenkt het monument de landelijke razzia die werd uitgevoerd op 16 mei 1944 door de Nederlandse politie tegen de zigeunerbevolking. In Den Haag werden 112 mensen op die bewuste dag afgevoerd naar een concentratiekamp.
'Het is voor mij en mijn familie heel belangrijk dat de namen op het monument komen', vertelt de Hagenees. Hij schreef een lied over de tragedie die zijn familie doormaakte in de Tweede Wereldoorlog. 'Mijn opa is met acht kinderen tegelijk weggebracht en alle namen van die kinderen staan er nu niet op. Het waren kinderen van acht tot dertig jaar.'

Een van de kinderen overleefde de razzia

'Slechts een van hen heeft het overleefd', vervolgt Mercha. 'Dat voelde mijn moeder altijd al, dat een van hen het zou hebben overleefd. Veertig jaar later heeft mijn moeder een zuster van haar teruggevonden. Ze is altijd door blijven zoeken. Na de bevrijding is haar zus in Frankrijk in Lyon terechtgekomen.'
'We denken dat ze misschien vanuit schaamte daarheen is gegaan. Er is natuurlijk veel gebeurd in de oorlog. Toen ze werd afgevoerd was ze een meid van achttien jaar. Er zijn natuurlijk vreselijke dingen gebeurd. Daar praatten we eerder niet echt over in onze zigeunercultuur.'

Voldoende informatie bij gemeentearchief

De ouders van Mercha ontkwamen aan de razzia. 'Gelukkig was mijn moeder niet bij haar vader op het moment dat ze opgepakt werden.' Waarom de namen van zijn omgekomen ooms en tantes niet op het monument staan, weet de zanger niet. 'Vorig jaar heb ik ook al geprobeerd bij de gemeente om de namen erop te krijgen, maar dat is niet gelukt.'
Hij besloot contact te zoeken met D66 die naar naar aanleiding van deze kwestie raadsvragen heeft gesteld op 11 maart. 'De schriftelijke antwoordtermijn is zes weken', reageert fractievoorzitter Marieke van Doorn. 'Achter de schermen hebben we begrepen dat er in het gemeentearchief voldoende informatie is en dat het valt te staven en er daadwerkelijk namen ontbreken.'
Het monument bestaat uit een kubus met daarop een plaquette
Het monument bestaat uit een kubus met daarop een plaquette © ANP
De familiegeschiedenis houdt Mercha in zijn greep. 'Dit is de rode draad in mijn leven, hoewel ik het zelf niet heb meegemaakt. Daarom heb ik een nummer geschreven in het Nederlands en in de Sintitaal. Het lied heet Lieve heer, mag ik iets vragen uit het diepste van mijn hart? Er zijn heel veel mensen vermoord in de Tweede Wereldoorlog, alleen maar omdat ze zigeuner waren. Dat is heel heftig.'
'Zij zijn allemaal in één klap heengegaan, maar toch blijven wij geloven. In het algemeen hoor je wanneer het over de Tweede Wereldoorlog gaat vooral over de joden, maar over zigeuners hoor je maar heel weinig. Alle zigeuners zijn weggebracht in Nederland, zonder dat er ooit een Duitser aan te pas is gekomen. Ik zing dat ook in het lied.'

Verraden door politieagent

Volgens Mercha kregen politieagenten vroeger 'vijf euro per kop' die ze lieten deporteren naar kamp Westerbork. Vanaf het Nederlandse kamp werden de zigeuners vervolgens doorgevoerd naar vernietigingskamp Auschwitz. 'Er kwam bij mijn familie altijd een politieagent langs, die Vlak heette. Hij bleef dan eten en dronk met ons, maar heeft mijn familie uiteindelijk verraden.'
Naar schatting werden in de Tweede Wereldoorlog 500.000 mensen uit de Sinti- en Romagemeenschap omgebracht. Op 19 mei 1944 werden vanuit Westerbork 245 Nederlandse Sinti en Roma naar Auschwitz gedeporteerd, waarvan er slechts 32 personen het kamp overleefden.