Op weg naar Tokio: Atlete Naomi Sedney loopt het liefst 'als vierde'

ZOETERMEER - Toen ze 8 jaar oud was, zette atlete Naomi Sedney haar eerste passen op de atletiekbaan van ARV Ilion in Zoetermeer. Nu, inmiddels 18 jaar later, maakt de sprintster zich op voor haar tweede Olympische Spelen. In Tokio komt ze uit op de 4x100 meter estafette.
'Het zullen wel andere Spelen worden dan vijf jaar geleden in Rio de Janeiro', blikt Sedney vooruit. 'We moeten ons houden aan allerlei protocollen, we zitten maar een paar dagen in het olympisch dorp en we doen veel meer dingen op grotere afstand van de andere sporters.'
'In Rio heb ik destijds veel mensen ontmoet die ik anders nooit ontmoet zou hebben. De Spelen zijn normaal gesproken ook heet sociaal, dat zal dit jaar wel anders worden.'

Zusje ook naar Olympische Spelen

Desondanks heeft de Zoetermeerse enorm veel zin in de Spelen. Dat komt mede doordat ook haar jongere zus Zoë zich op de 110 meter horden wist te kwalificeren voor Tokio. 'Ja echt bizar!'
'Toen bekend werd dat zij zich gekwalificeerd had, deed me dat veel meer dan bij mezelf. Ik wist eigenlijk vijf jaar geleden al dat ik zou gaan. Toen Zoë zich kwalificeerde moest ik zelfs een beetje huilen, terwijl zij er zelf vrij nuchter onder bleef. Dat zij ook gaat maakt het natuurlijk wel superbijzonder.'

Meer dan vier snelle meiden

In het estafetteteam, waar ook de Alphense Leonie van Vliet deel van uitmaakt, zijn de meeste ogen vanzelfsprekend gericht op de grote ster: Dafne Schippers. Maar Sedney benadrukt dat het geheim van een goede estafette het teamgevoel is.
'Natuurlijk heb je snelle meiden nodig. Daar hebben we er gelukkig vijf of zes van. Maar de wissels zijn voor ons het allerbelangrijkste', legt ze uit. 'We moeten allemaal de toewijding hebben om als team te werken aan die wissels. Het teamgevoel en de onderlinge samenwerking zijn heel belangrijk. Met alleen snelle meiden komen wij er niet.'

Finishfoto

Of Sedney als eerste, tweede, derde of vierde loopster gaat starten is nog niet bekend. Een voorkeur heeft ze wel. 'Ik loop het liefst als vierde, ik denk ook dat ik daar het verschil kan maken. Maar dat beslist de trainer. En het teambelang staat bij mij voorop. Maar de vierde loopster zijn, zou ik wel heel fijn vinden. Al was het alleen maar voor de finishfoto', besluit ze lachend.