Instellingen

Baanwielrenster Van Riessen kan eindelijk naar huis na zware crash op Olympische Spelen

Laurine van Riessen aan het fietsen in het ziekenhuis
Laurine van Riessen aan het fietsen in het ziekenhuis © Laurine van Riessen
LEIDEN - De Leidse baanwielrenster Laurine van Riessen mag na ruim twee weken eindelijk het ziekenhuis in Japan verlaten. Aan haar crash op 5 augustus tijdens de Olympische Spelen hield ze gebroken ribben, een gebroken sleutelbeen en een longkneuzing over. 'Er wordt hier goed voor me gezorgd hoor', zegt ze vanuit Tokio. 'Maar ik ben blij dat ik dit weekend weer naar huis kan.'
Een medaille in Tokio en daarna huldigingen op Scheveningen, in het Zuiderpark en in Leiden. Het liefst had Van Riessen op die manier de afgelopen twee weken ingevuld. Door de valpartij veranderde dat wonderschone vergezicht in een donkere nachtmerrie. 'Ik kan me niets meer herinneren van wat er vlak voor en na de valpartij is gebeurd.'
In het ziekenhuis heeft ze haar crash al teruggekeken. 'Ik wilde weten of het mijn schuld was', verklaart de Leidse. 'Het was niet een hele heftige val. Zoiets gebeurt gewoon bij het baanwielrennen. Het was een lastige rit en als je dan met hoge snelheid achter elkaar zit, dan val je al na een tikje. Maar waar het precies fout ging? Ik weet niet precies wanneer ik de controle verloor.'

'Ik mag weer fietsen'

Ondanks de valpartij en bijkomende mankementen komt Van Riessen monter over. In het ziekenhuis heeft ze zelfs alweer even de pedalen laten ronddraaien. 'Ik mag een half uurtje per dag op de fiets. Toen ik de eerste keer op het zadel ging zitten, gaf dat een heel fijn gevoel. Natuurlijk gaat het nog niet zo hard. En dat mag ook nog helemaal niet. Maar dat ik weer aan het fietsen ben is wel een goede stap in mijn herstel.'
Het is opmerkelijk. Ze fietst alweer, maar de ziekenhuisdeuren zijn nog steeds de grens van het gebied waar ze leeft. 'Dat komt door mijn gedeeltelijk ingeklapte long', weet ze. 'De artsen wilden die goed in de gaten houden en daarom mocht ik ook nog niet vliegen. Maar nu heb ik te horen gekregen dat ik dit weekend naar huis kan.'

'Koffie halen was een uitstapje'

De terugreis naar Nederland maakt ze samen met haar vriend Matthijs Büchli. Hij was net als Van Riessen in Tokio om een medaille te pakken bij het baanwielrennen. Maar omdat zijn geliefde zo hard onderuit ging, verlengde ook hij zijn verblijf in Tokio met twee weken. 'Hij mocht een aantal uur per dag bij me op bezoek komen', zegt ze daarover.
Laurine van Riessen viert op 10 augustus haar verjaardag in het ziekenhuisbed
Laurine van Riessen viert op 10 augustus haar verjaardag in het ziekenhuisbed © Laurine van Riessen
Maar niet alleen haar eega zorgde voor verstrooiing bij Van Riessen. Wat normaal is in het alledaagse leven, werden zaken waar ze naar toeleefde. 'Koffie halen in het ziekenhuiswinkeltje is bijvoorbeeld een echt uitstapje', klinkt het vanuit Tokio. 'Het gaat met kleine stapjes. Dat je zelfstandig naar de wc mag, dat je over de gang mag lopen. Ik mag steeds meer doen. Daarnaast kom ik de dag door met het beantwoorden van al mijn appjes en word ik veel gebeld.'

'Zelf een medaille willen halen'

Vanuit het ziekenhuisbed heeft Van Riessen de huldigingen in Nederland gevolgd. Enthousiast vertelt ze erover. 'Supermooi dat het zo leeft. Ook de prestaties van de andere baanwielrenners waren natuurlijk super. Dat maakt die huldigingen extra leuk om te kijken. Al heb ik ook gebaald natuurlijk. Ik had zelf graag een medaille willen winnen en het willen vieren.'
Als ze die medaille had gepakt, dan was de Leidse de eerste Nederlander die zowel op de zomer- als winterspelen een plak behaalde. In 2010 stond ze ook op het ereschavot bij het langebaanschaatsen. 'Maar daar ging het mij niet om', zegt ze resoluut. 'Al denk ik niet dat ik daar ook nog de kans voor krijg. De volgende keer zal ik er niet bij zijn. Ik ga nu nog niet meteen stoppen, maar de tijd tot de volgende Olympische Spelen duurt te lang. Ik heb een mooie carrière gehad, maar dit maakt het wel extra zuur. Aan de andere kant: ik heb alles gedaan wat ik kon doen. Ik was goed in vorm, had alles voor elkaar. Ik kan wel verwijten gaan maken, maar het was gewoon pech.'