Gouden KNVB-waardering voor wandelende ADO-encyclopedie: 'Ik doe gewoon mijn werk'

Frans Leermakers (links) krijgt de felicitaties van Harm de Boer, voorzitter van de HFC ADO Den Haag
Frans Leermakers (links) krijgt de felicitaties van Harm de Boer, voorzitter van de HFC ADO Den Haag © Arjan Verburg
DEN HAAG - Als ventje van nog pas zes jaar bezocht Frans Leermakers zijn eerste voetbalwedstrijd van ADO Den Haag. Dat was, hij weet het nog precies, op tweede kerstdag in 1956. Het jongetje wist door de enorme mensenmassa en het spektakel niet wat hem overkwam en dat gevoel is eigenlijk nooit meer overgegaan. Zo ontwikkelde Leermakers zich later tot een zeer actieve en trouwe vrijwilliger die gerust een clubman in hart en nieren mag worden genoemd.
KNVB-ambassadeur Kees Wenneker kwam Frans Leermakers daar maandagavond persoonlijk voor bedanken – in het ADO-stadion en met een bijzondere onderscheiding: de gouden Waarderingsspeld van de nationale voetbalbond. Leermakers is doorgaans de onverstoorbaarheid zelve, maar moet bekennen dat dit gebaar hem dit keer kippenvel bezorgde. 'Als het zo ver is, lopen ook nog eens de rillingen je over de rug', blikt hij terug op die bijzondere happening.
Wie erbij is geweest, zal het nauwelijks hebben gemerkt. Ook nu nog blijft uitbundigheid achterwege. 'Ik doe gewoon mijn werk en vind het leuk als dit op prijs wordt gesteld', klinkt het bescheiden. Leermakers' staat van dienst geeft desondanks alle reden om zich op de borst te trommelen, al is het maar voor een kort moment.

Voor derde keer secretaris

Ga maar na: al in 1964 meldde hij zich aan als lid van ADO en de KNVB en sinds 1970 behoort Leermakers tot degenen die het professioneel ogende clubblad ADO Post maken en volschrijven. Ook neemt de Hagenaar de taak van secretaris van de HFC ADO Den Haag en haar voorgangers voor zijn rekening. Inmiddels doet hij dit al voor de derde keer: eerst van 1982 tot 1990, daarna van 1991 tot 2000 en ook in 2019 besloot Leermakers in de ledenvergadering zijn hand op te steken.
De laatste keer was overigens niet omdat hij opnieuw op dit bestuurswerk zat te wachten. In plaats daarvan deed Leermakers het omdat anderen zich volgens hem 'oorverdovend stil' hielden, terwijl het om een belangrijke taak gaat die nu eenmaal wél moet worden vervuld.

Moedervereniging

De reden is dat de HFC de al 117 jaar oude moedervereniging is die waakt over zaken als de clubkleuren, het logo, de vestigingsplaats en de organisatiestructuur. 'Toch vind ik dat 70-jarigen eigenlijk niet in het bestuur moeten zitten van een club die juist moet bruisen van jonge dynamische mensen', liet Leermakers zich een jaar geleden al eens ontvallen. 'Ook al voel ik me zeventien', voegt hij er dit keer in alle vrolijkheid aan toe. 'En ben ik inmiddels 71.'
Die beoogde verjonging van de HFC is al voorzichtig ingezet. De bedrijfsvoering en het beleid van de club zelf staan hier los van; deze komen voor rekening van de commerciële onderneming NV ADO Den Haag.

ADO-boeken

Maar eigenlijk is álles dat met dit Haagse instituut te maken heeft Leermakers even dierbaar. Daarom bezoekt hij alle thuis- en uitwedstrijden – ook van de teams met jongere spelers – en was hij nauw betrokken bij het maken van diverse ADO-boeken. Werkelijk alle details uit de rijke clubgeschiedenis zijn hem bekend.
Zelfs die allereerste kennismaking van ruim 65 jaar geleden staat hem nog helder voor de geest. 'Het was koud en het sneeuwde. Mijn vader vond dat ik daarom thuis moest blijven. Maar mijn opa zei: laat Frans maar met ons meegaan, dan weet hij wat het is.'

'Eerste trap was meteen een doelpunt'

Welnu, dat bleek te kloppen als een bus, want Leermakers is het spektakel nooit meer vergeten. 'ADO speelde tegen Volendam. Een bekerwedstrijd was het. ADO won met 3-2.' Zonder te aarzelen, volgt ook de afloop: 'Op die manier bereikte ADO de halve finale. Die werd verloren, maar het zat hartstikke vol: 26.000 bezoekers.'
Op jonge leeftijd heeft Leermakers ook zelf nog gespeeld in een van de, vertelt hij, 'lagere teams' van zijn favoriete club. Het mag geen naam hebben. 'Mijn eerste trap was meteen een doelpunt, maar daarmee had ik voor de rest van mijn voetballoopbaan wel meteen alle kruit verschoten.'

Wandelende voetbalencyclopedie

Zo’n drieëntwintig jaar werkte hij daarna als sportjournalist, evenzovele jaren hield Leermakers zich bij de gemeente Den Haag met uiteenlopende sportzaken bezig. Ook dáár geniet hij de reputatie een wandelende voetbalencyclopedie te zijn.
Mede om die redenen is de Hagenaar het afgelopen jaar er niet gerust op geweest. ADO dreigde failliet te gaan, liep het risico haar voetballicentie kwijt te raken en ging ook door andere heel diepe dalen. Leermakers noemde dit in die periode 'in en in triest'. 'Het doet me meer dan goed voor me is', zei hij destijds.

Smadelijke nederlaag

Desondanks gloorde er ruim twee weken geleden ineens hoop op een wonderbaarlijke terugkeer naar de eredivisie. Daarna volgde toch weer de deceptie van het smadelijke verlies tegen Excelsior Rotterdam. Door de rellen die volgden, ligt de zo zorgvuldig opgebouwde reputatie van de club ineens in scherven.
Het laat Leermakers niet onberoerd, ook al was hij er op grond van zijn ervaringen uit het verleden al bang voor. 'Dat het na een nederlaag niet goed zou aflopen, wist ik van tevoren', vertelt hij. 'Als club ben je weer jaren teruggeworpen in de tijd.'

Stille aftocht

Een ADO-man geeft desondanks de moed nooit op. Je bent supporter in goede én in slechte tijden. Dat geldt ook voor Frans Leermakers. Met de recente stille aftocht van de Chinese eigenaar United Vansen Sports en de overname door de machtige Amerikaanse investeringsmaatschappij Bolt, dat weer samenwerkt met het in Spanje gevestigde zusterbedrijf Globalon Football Holdings, waait er een nieuwe wind door het stadion.
'Het is nog afwachten hoe de samenwerking met de nieuwe eigenaar gaat', zegt de HFC-secretaris desondanks opvallend zuinigjes. Die gemoedstoestand is mede gebaseerd op het pas enkele dagen oude nieuws over de 22-jarige middenvelder Benjamin Reemst: dit ADO-talent blijkt naar FC Dordrecht te vertrekken.

'Zo’n jongen moet je een kans gunnen'

'Hoe is het mogelijk?', vraagt Leermakers zich hardop af. 'Verdorie', schiet het keurige HFC-bestuurslid zelfs ineens uit zijn slof. 'De meest creatieve voetballer uit onze eigen opleiding! Ik volg hem al een jaar of drie. Hij heeft een balaanname met een balbeheersing, geweldig!'
Het is dat Leermakers over het personeelsbeleid van zijn club niets te zeggen heeft, anders had hij het als op-en-top ADO-man wel geweten: 'Zo’n jongen moet je een kans gunnen in het eerste elftal en zich laten ontwikkelen. Je krijgt 'm nooit meer terug.'