Wie wordt kickbokskoning van Den Haag? Glory kondigt Haags gevecht aan

Michael Boapeah (links) en  Serkan Özçağlayan op de Pier
Michael Boapeah (links) en Serkan Özçağlayan op de Pier © Glory
DEN HAAG - Wie mag zichzelf kickbokskoning van Den Haag noemen? Dat antwoord mogen de Haagse kickboksers Michael Boapeah en Serkan Özçaglayan op 18 mei in Rotterdam geven tijdens het kickboksevenement Glory 92. 'Serkan probeert mijn kroon te stelen', zegt Boapeah zonder blikken of blozen. 'Ik ben namelijk al de koning.'
De 29-jarige Özçaglayan is iets milder en noemt zijn komende tegenstander 'een groot talent' en zegt dat er 'meer koningen in Den Haag' zijn. 'Dit is natuurlijk een beladen wedstrijd en heeft wel wat te betekenen in de stad. Daarnaast is Michael een uitstekende vechter, dus heeft dit gevecht ook wat te betekenen in de divisie.'
Gedecideerd lopen beide mannen over de Pier op Scheveningen. Elke stap die ze dichter naar elkaar zetten neemt de zelfverzekerdheid toe. 'Ik heb laten zien in al mijn partijen dat ik nu al de koning van Den Haag ben', verduidelijkt de 24-jarige Boapeah. 'Ik sta altijd hongerig in de ring, laat zien hoe graag ik het wil en hoe gevaarlijk ik ben.'
Michael Boapeah
Michael Boapeah © Glory
Op de Pier is het tijd voor de traditionele staredown. Minutenlang kijken de mannen in de schaduw van het reuzenrad in elkaars ogen. Ogenschijnlijk vriendelijk ogen ze buiten de camera, maar zodra de knop aangaat, weten ze wat er van hun verwacht wordt: zelfbewustzijn.
'Ik ben op alle aspecten van kickboksen beter dan Serkan', zegt Boapeah zonder blikken of blozen. 'En we doen aan kickboksen, dus dat zegt al veel', voegt hij vervolgens lachend toe.

Haagse Markt en ADO Den Haag

De man van wie hij net minutenlang alleen het oogwit heeft gezien, denkt er anders over. 'Het is simpel, ik ga winnen', zegt Özçaglayan beslist. 'Iedereen weet wat ik in huis heb. Iedereen weet dat ik een knokker ben die naar voren komt en altijd voor de knock-out gaat. Dat ga ik laten zien op 18 mei.'
Kickboksorganisatie Glory ging met de twee vechters ook naar plekken die belangrijk voor hun zijn. Voor Boapeah, is dat de Haagse Markt, in de Schilderswijk. 'Ik geef het vaak aan in interviews. Ik ben hier opgegroeid, ik heb hier van alles meegemaakt. Als ik vecht dan komen al die jongens kijken. De stad en wijk zijn heel belangrijk voor mij.'
Serkan Özçağlayan
Serkan Özçağlayan © Glory
Özçaglayan ging met het mediateam naar het stadion van ADO Den Haag. De vechtjas bezoekt elke thuiswedstrijd van de club en ADO zit dan ook in zijn hart, net als de stad. 'Ik weet dat de stad met mij is en dat iedereen achter mij staat. De stad betekent veel voor mij.'
Het is niet dat beide mannen als ze over straat lopen constant handtekeningen moeten uitdelen. Toch worden ze vaak herkend, zeker door de jeugd. 'Ze geven mij props', vertelt de man met Ghanese roots. 'Ze zeggen dan dat ik het goed doe en dat ik verder moet gaan. Of ze roepen, je wordt binnenkort kampioen. Ik krijg altijd liefde van de mensen. Dat geeft een kleine boost.'

Harry Jekkers

Ook Özçaglayan vindt de erkenning 'iets moois'. 'Mensen op straat komen naar mij toe omdat ze mij respecteren. Ze zijn heel erg trots en dat wil ik teruggeven. Daar vecht ik natuurlijk ook voor.'
Al spookt zijn woonplaats ook door zijn hoofd als hij de ring ingaat. 'Ik doe het ook een beetje voor de stad. Ik ben hier geboren en getogen', benadrukt Özçaglayan. Om vervolgens zingend Harry Jekkers te citeren: 'Ik zou met niemand willen ruilen. Meteen gaan huilen. Als ik geen Hagenees zou zijn'.
Maar alle ongein verdwijnt als beide kickboksers wordt gevraagd hoe de dagen er tot 18 mei uitzien. 'De komende weken is het eten, trainen, slapen, eten, trainen, slapen, eten, trainen en slapen', lacht Boapeah. 'Dat is wat je moet doen als je topsporter bent. Vanaf nu denk ik ook alleen maar nog aan Serkan. Ik slaap met Serkan, als ik mijn tanden poets, doe ik dat met Serkan. Ik denk de komende tijd alleen nog maar aan Serkan.'
Voor Özçaglayan geldt hetzelfde. 'Ik train er heel goed voor. Toen de wedstrijd werd aangekondigd was hij voor mij begonnen. Ik ga op 18 mei de Serkan laten zien die jullie gewend zijn: de Haagse Slaappil.'