Man blijft vast voor verkrachtingszaak uit 1990
BODEGRAVEN - De 59-jarige Willem V. blijft voorlopig vastzitten. Hij wordt verdacht van de verkrachting van een 14-jarig meisje in 1990 in Bodegraven. De Haagse rechtbank wees dinsdag het verzoek van zijn advocaat om het voorarrest op te heffen af.
Het slachtoffer werd op 30 maart 1990 verkracht toen ze alleen thuis was. De dader zou met een smoes de woning zijn binnengekomen, haar met een mes hebben bedreigd en naar boven hebben gedwongen. Daar werd het meisje op een bed gegooid en verkracht.
De zaak kwam opnieuw in beeld toen de politie in mei dit jaar Willem V. aanhield. Een DNA-match uit een Britse databank leidde naar de verdachte. V. stond in Groot-Brittannië geregistreerd vanwege een andere strafzaak, waarin hij uiteindelijk onschuldig bleek.
Tijdens zijn verhoor bij de politie in Nederland, in mei van dit jaar, legde Willem V. een bekennende verklaring af. Ook leverde een nieuwe DNA-test een match op met sporen uit de woning in Bodegraven. Daarmee leek de zaak grotendeels rond voordat er een inhoudelijke behandeling had plaatsgevonden.
Onrechtmatig verkregen bewijs
Maar zijn advocaat, Yehudi Moszkowicz, stelde vorige week bij de rechtbank dat het DNA uit Groot-Brittannië nooit gebruikt had mogen worden. De Britse autoriteiten hebben dat ook erkend. Volgens de advocaat is de verkrachtingszaak bovendien verjaard en kan zijn cliënt daarom niet meer vervolgd worden. Hij stelde daarom dat V. vrij moet komen.
De rechtbank ging daar niet in mee en besloot dat Willem V. vast blijft zitten. De rechtbank bekijkt nog wel of er aanvullend onderzoek moet komen naar de rechtmatigheid van het DNA-bewijs uit Groot-Brittannië.
Wanneer de zaak inhoudelijk wordt behandeld, is nog niet bekend.