Omroep West

Vier jaar cel geëist voor verkrachting uit 1990: 'Voor mij is het levenslang'

Rechtbanktekening van Willem V.
© Theresa Hartgers
BODEGRAVEN - Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vier jaar gevangenisstraf geëist tegen Willem V. uit Wijk en Aalburg (Brabant) voor de verkrachting van een 14-jarig meisje in Bodegraven in 1990. De 59-jarige verdachte bekende direct na zijn aanhouding, maar zijn advocaat vindt dat hij niet vervolgd mag worden, omdat het DNA-bewijs volgens hem onrechtmatig is verkregen.
De verdachte drong op 30 maart 1990 met een smoes de woning van het meisje binnen toen zij alleen thuis was. Volgens het OM dwong hij haar naar boven en verkrachtte hij haar in een slaapkamer.
Het slachtoffer, inmiddels 50 jaar oud, vertelde dinsdag in de rechtszaal welke gevolgen dat nog altijd heeft.

'Voor mij is het levenslang'

'Nooit vergeet ik het geluid van de voordeur die in het slot viel toen je binnendrong', zei ze tegen de verdachte. 'Nooit meer heb ik me veilig gevoeld in mijn huis. Voor jou was het misschien een momentopname, spanning, adrenaline, een kick. Voor mij is het levenslang.'
Volgens het slachtoffer bedreigde de man haar tijdens de verkrachting met een mes. 'Als ik merk dat je iemand gewaarschuwd hebt, steek ik een mes door je ribben en gebeuren er nare dingen. En heel je familie gaat kapot', zou hij gezegd hebben.

Bekentenis

De verdachte herhaalde dinsdag dat hij degene was die het meisje in 1990 heeft misbruikt. Ook bood hij zijn excuses aan. Op advies van zijn advocaat gaf hij verder geen antwoord op vragen van de rechters. Wel ontkent de verdachte dat hij het meisje met een mes heeft bedreigd.
Het OM noemt die verklaring onbetrouwbaar. Volgens de officier van justitie is er voldoende bewijs dat sprake was van dwang.

Buurvrouw

'Welk 14-jarig meisje zou spontaan en vrijwillig seks hebben met een volkomen onbekende?', vroeg de officier zich af.
Volgens het OM wordt de verklaring van het slachtoffer ondersteund door DNA-sporen en een getuige. Een buurvrouw verklaarde destijds dat zij een man bij de woning zag en een paniekerige vrouwenstem 'nee, nee' hoorde roepen.

Strijd om DNA-bewijs

De verdediging richt zich vooral op de manier waarop de verdachte in beeld kwam. DNA van de verdachte uit de verkrachtingszaak leidde in 2020 tot een match met een oude zedenzaak in Engeland. De verdachte was daar ooit korte tijd verdachte, maar volgens zijn advocaat had zijn DNA daarna vernietigd moeten worden.
Toen het Verenigd Koninkrijk zich aansloot bij een Europese databank met DNA-profielen, kwam de match alsnog in Nederland terecht. Daardoor kwam de verdachte na tientallen jaren alsnog in beeld. 'Zonder de hit in deze databank zou deze informatie nooit naar Nederland zijn gekomen', stelde advocaat Yehudi Moszkowicz.

Vrijspraak

Hij vindt dat het DNA-bewijs daarom moet worden uitgesloten en vraagt de rechtbank het OM niet-ontvankelijk te verklaren. Zelfs als de rechtbank het DNA-bewijs toelaat, vindt de advocaat dat zijn cliënt moet worden vrijgesproken van verkrachting.
Volgens hem is er wel bewijs voor seksueel contact, maar niet voor dwang. 'Daarvoor hebben we alleen de verklaring van het slachtoffer', stelde hij.
De rechtbank doet op 7 juli uitspraak.